Referendum

Op de dag dat ik mijn weblog begin heeft Nederland overtuigend ‘nee’ gestemd. Nee tegen superstaat Europa. In het avondblad staat op de voorpagina een landkaart ingekleurd met blauw ( voorstemmers) en alle nuanceringen rood; – roze, zalm, fuchsia, pioen tot roestbruin (tegenstemmers) die corresponderen met uitslagen in procenten. De kaart van Nederland ziet er uit als een groot rijk geschakeerd tulpenveld doorstipt met blauw; kleine velden irissen of waterpartijen. Opvalt dat de minder rijke tot arme Nederlanders en het protestants christelijke volksdeel overwegend tegen; – de rijke(re)n voor stemden.

nee

Zelf heb ik nee gestemd. Daags voor de stemming heb ik nog gefolderd op een barbecue van een tennisclub die hun wintertennis afsloten met een feestelijk samenzijn in een gastvrij huis in een welvarende Haagse wijk. Ik had die middag een brief opgesteld die ik aan de twee kranten waarop ik ben geabonneerd wilde aanbieden. Een christelijk betrokken krant (met een sociaal democratische inslag) en een seculiere (dat is ook een godsdienst) politiek, liberaal. Tot mijn verbazing waren de reacties nogal heftig. Een aanwezige, Thijs, wierp een blik op het artikel uit Die Welt dat ik had gefotokopieerd, waarin een Britse europarlementariër twee kolommen vulde met beschouwing over nadelen van de constitutie, of hij viel roodaanlopend op een tuinbank. Hij wilde niet verder lezen, de eerste regels zeiden hem genoeg, allemaal populistisch geschrijf. Nu had ik thuis nog een artikel liggen (ook gefotokopieerd) uit het christelijk betrokken blad van de hand van prof.dr.H.W.de Jong, die op rustige toon sprak van een oligarchisch systeem op zwakke democratische fundamenten. Maar ik betwijfel of hem dat zou hebben gekalmeerd. Een andere, Fien, riep van verre dat zij nee ging stemmen maar dat artikel onder geen voorwaarde wilde lezen. Néé néé néé. Een van de weinigen die kalm reageerde was Monica. Zij is advocaat en was die morgen naar het gemeentehuis gegaan om haar voornemen om ‘ja’ te stemmen te toetsen. Ze had zich in de stemverhoudingen verdiept en legde uit dat die vrijwel een monddood voor Nederland betekenden. Zij twijfelde. Maar de meeste aanwezigen op deze partij waren vóór zonder daarover te hebben nagedacht. De partij waarop ze stemden deed dat voor hen, nu ze werden gevraagd mee te doen aan het referendum zou men stemmen zoals de eigen partij dat deed en adviseerde. Het was ontluisterend.

brief

Iemand nam mij terzijde en zei: “Je moet in een gezelschap als dit het referendum niet ter sprake brengen.” Met hem viel wel te praten, zei hij. Hij was ook strijdvaardig. Hij bezocht alle vergaderingen die werden belegd om de Amerikaanse ambassade buiten het park Clingendael te houden. Hij hoopte slechts dat burgemeester Deetman de rug recht zou houden. Om 22.00 uur die avond riep de ex-voorzitter van de tennisclub Pieter dat de eerste uitslagen in Frankrijk nu bekend zouden zijn. Hij wankelde uit zijn stoel en beklom de treden naar boven waar de televisie stond. Ik zat met Thijs op een bank. Hij had zich na zijn eerste woede bedacht en zat nu al bijna twee uur naast me en sprak, soms met het hoofd in de handen, over Europa en dat het een gewetenszaak is. “Het is een aanslag op de democratie,” zei ik en trok mijn brief uit mijn zak. “Kijk dit heb ik geschreven.” Onze gastheer kwam verheugd de trap af en vroeg de aandacht van het gezelschap dat zich heel prettig met elkaar onderhield: “Mensen luister, de Fransen stemmen tegen: 57 procent bij een opkomst van 72 procent. Ik kon mij niet weerhouden en schreeuwde “Vive La France”. Nog nooit eerder gedaan maar het voelde op dat moment goed. Die goede Fransen, ze stemden tegen een grondwet van hoofdzakelijk Franse makelij. Dat was wel ijzersterk. Die Fransen stemmen vóór de democratie. Nu begon toch enige opwinding zich af te tekenen. Men werd roerig en wilde, soms met hoogrode konen, mijn brief lezen. Bij het afscheid zeiden voor- en tegenstemmers uit te zullen kijken naar deze brief in de krant. Blijkbaar waren zij allen geabonneerd op hetzelfde avondblad. Een brief die niet is gepubliceerd, niet bij de christelijk betrokken krant; niet bij het liberale seculiere avondblad. Een brief waar ik trots op ben. Die ik hierbij niet zal overnemen. Ik verwijs naar het commentaar van de ‘bedaarde’ Wall Street Journal die de uitslag in Frankrijk “een overwinning van de democratie” noemde “tegenover een ondoorzichtig eliteproject dat maar weinig mensen werkelijk begrepen.” “Maar,” schreef de krant, “met een ‘nee’ door de Nederlandse kiezers kan het monstrueuze document de dood sterven die het verdient.” Nou nou.

democratie

 Ik had mijn brief een dag van tevoren in beide of eventueel een van de kranten gedacht, maar die hoopten toen nog op een ‘ja’. En direct christelijk was mijn betoog niet. Wel raakte ik, meen ik, in mijn brief aan het hart van de zaak waarover wij als volk te hoop lopen met veel diverse argumenten, namelijk de zaak van de democratie, een politieke en staatkundige aangelegenheid. Een begrip bovendien dat te onzent op christelijk humanistische grondslag berust (Erasmus, More) en dat nog nadruk kon velen in de brievenrubrieken. Toen ik op televisie de rode vlaggen zag zwaaien – door Van Aartsen in een hoek weggezet als extreem links en extreem rechts (!) – ving ik aan het front van die rode vlaggen de kreet op: “Vive la démocracy.” Die moeten wij zien terug te krijgen en behouden.