Tijdperk van gedogen is voorbij

Een  boetesysteem wordt ingevoerd op de treinen, de reiziger kan niet meer in de trein bij de conducteur een kaartje met toeslag kopen. De calculerende zwartrijder wordt aangepakt. De  welwillende treinreiziger zonder kaartje eveneens. "Het boetebeleid is een eerlijk systeem," zegt de NS. “Het is niet langer afhankelijk van welke conducteur op de trein loopt, of welke smoes je kunt bedenken. Heldere regels. Boodschappen in de winkelwagen moet je ook betalen.”

grenzen  

Plausibel. Vertrouwd. Met deze denkbeelden ben je opgevoed. Na de periode, die volgde op het doorbreken van gezagstructuren, antiautoritair beleid in de opvoedkunde thuis en in het onderwijs, is met deze opleving van opvattingen van gestrengheid en fatsoen, na een onderbreking van enkele tientallen jaren, de continuïteit hersteld. ‘A la recherche du temps perdu.’ Maar er waren toentertijd marges. Hoffelijkheid en buigzaamheid pasten daarin. Men dacht gedifferentieerd. 

Het onderzoek naar de marges en de exploitatie van de gevonden ruimte voor gedrag was opwindend. Het tussen wel en net niet getolereerde, prikkelender dan je zonder regelgeving, fatsoensnormen en voorgeschreven waarden, kon smaken. En in sommige opzichten fantasierijk en origineel. Je leerde ook de eigen grenzen verkennen en vaststellen. 

Een pas geleden gevierd feest met vrienden uit die dagen, voor wie een presentatie uit het leven van een hunner werd gegeven, bevestigt dat de stijl van toen springlevend is. Men kent de creatieve kracht van handelen en de gestelde grenzen, en geniet. Een herinnering aan school sprak over de eenvoud van de dingen: “Geen moeilijke pakketkeuze. Zes jaar lang met dezelfde klasgenoten en leraren. Vast leslokaal. Iedereen was lid van de schoolvereniging, en daarnaast van nog minstens één schoolclub. Bijna iedereen ging naar de kerk. Het kortste gebed voor de klas luidde: ” Heer, help ons, Amen.” De merkbare verlegenheid bij de docent die het woord ‘geslachtsdeel’ uit het Grieks zelf moest vertalen omdat de leerling veinsde het woord niet te kennen.“Toen moest hij wat hij niet in de hand nam wel in de mond nemen,” herinnert zich een oud-leerling na veertig jaar met mild leedvermaak.

herinnering

Om herinneringen terug te halen moest de neuroloog Oliver Sacks1 de spullen van zijn jeugd weer om zich heen hebben. Dingen uit je jeugd moet je in je handen kunnen houden, manipuleren, voelen, er aan ruiken. Oude catalogi inkijken op zoek naar titels van boeken die je las. Oude foto’s bekijken. Zo komen de associaties op gang. Dat is precies wat er gebeurde bij het maken van de presentatie. Daarbij hadden we voor het feest de herinneringen naar onze hand gezet binnen een verhaalstructuur, die aansluiting zocht bij de fantastische vertellingen van ‘De wonderbare reis van Niels Holgerson.2 

Associatie is een sterk instrument. De dag na het feest bleek dat het geheugen, eenmaal op gang gekomen, ons in de gesprekken terugvoerde in de tijd, en dat de er uit voortvloeiende verhalen gaten in de kennis over onze levens invulden. Daarbij was het duidelijk dat de oorsprong van sommige heel levendige herinneringen niet te achterhalen was. Hadden we deze gebeurtenissen zelf meegemaakt, hadden wij ze te danken aan een verteld verhaal? Waren zij het resultaat van een constructie. Of hadden wij de gebeurtenissen zelf gefabriceerd en in het geheugen opgeslagen?

Een vriend herinnerde zich dat zijn moeder in de trein op weg naar een interneringskamp op Java haar hoed uit het geopende coupéraam had geworpen met de opmerking dat de tijd voor hoeden voorbij was. Hij had aan deze en andere herinneringen (zoals aan de koffers met voornamelijk speelgoed die zij naar het kamp meenam) een vermenging van eigen waarneming en horen vertellen in zijn geheugen opgeborgen. Associaties, daar gaat het om bij het vertellen van verhalen. Aan het laatste woord hecht je het begin van een ander verhaal. Oliver Sacks stelt zich vragen over het functioneren van het menselijk geheugen. Herinneringen die hij insprak op een bandje werden naarmate hij in de jaren vorderde steeds korter. Waarom is dat? Komt er steeds meer herhaling in je leven? Sla je minder van je ervaringen op als je ouder wordt? Is het de intensiteit waarmee je leeft als je jong bent?

orde zoeken  

Persoonlijk kan ik de laatste veronderstelling aanvullen met een gedachte die me bekruipt. De intensiteit verandert niet zozeer naarmate je leeftijdsgrenzen overgaat. Vroeger intens beleefde dingen beroeren je minder of niet meer na een bepaalde leeftijd. Zij vallen gedeeltelijk onder de categorie ‘steeds meer herhaling in je leven’. Gedeeltelijk ook betreffen zij ‘een gepasseerd station’. De aandacht en emotie richten zich toenemend op herinneringen die spontaan opkomen, en die overzien willen worden door een orde die moet worden gezocht. Je staat stil bij noties die zich niet laten terugdringen. Het geheugen is daarbij voornamelijk hulpmiddel. Het gaat vooral om inspiratie, het gevoel hoe een klus te klaren, voordat het leven definitief afzwenkt. 


Noten

1: Wetenschap en Onderwijs NRC Handelsblad 

2: Selma Lagerlöf