Ruiken aan de geur van Hermans

Ik bleef weer eens een keer laat op om naar de eerste aflevering van ‘Een overgevoelige natuur” in Dokwerk van de NPS te kijken, waar Max Pam in een documentaire zijn bewondering voor de schrijver W.F. Hermans als kunst beoefent. Een tamelijk schaars voorkomende praktijk in de Nederlandse cultuur.

Op een vraag met betrekking tot Max Pam (die schrijft in NRC Handelsblad en daarom kan ik die vraag niet vergeten) kreeg ik in deze documentaire eindelijk met honderd procent zekerheid het antwoord. Op het ogenblik dat Max Pam in beeld kwam (en dat gebeurde bij herhaling nogal uitvoerig want hij ondernam een pelgrimsreis naar de Noorse berg Vuorje, "de belangrijkste berg uit de Nederlandse literatuur" omdat daar de dodelijke val van het personage Arne plaats grijpt uit de roman ‘Nooit meer slapen’ ) zag ik het meteen: Max Pam moet de zoon zijn van Leo Pam, eertijds chef van de buitenlandredactie bij Het Parool, aan wiens zorg ik als leerling-journalist werd toevertrouwd om het ‘buitenland’ te leren redigeren. Ik bewaar een herinnering aan Max Pams vader die ik wil prijs geven. Leo Pam begroette mij die eerste ochtend lang geleden op zijn redactie met effectbejag, gericht tegen collega’s die maar bleven mopperen over vrouwen in de journalistiek, en zei luid en duidelijk verstaanbaar over de ‘grote zaal’ , ik vergeet het nooit: "Welkom Pem, ga daar maar zitten en noem mij maar Pam." Zo liet hij iedereen weten hoe hij over de kwestie dacht en om dat te onderstrepen mocht ik hem aanspreken bij zijn achternaam. Hij is overleden Leo Pam. Maar Max-de-zoon lijkt als twee druppels water op zijn vader.

Het voelde dan ook vreemd vertrouwd aan om Max Pam in de weer te zien als presentator in de documentaire, en ik volgde hem met verhoogde interesse op zijn tocht door de barre Noorse streek waar alleen Lappen wonen, en langs vrienden van Hermans, onder wie een uitgever, een schrijver, een filosoof en de directeur van het WF Hermans Instituut. Een hoogtepunt voor mij was toen Pam in een anders zorgvuldig afgesloten plastic tas, die daartoe heel kort – want anders vervloog de lucht – werd geopend, een snufje mocht nemen. Ruiken aan de geur van Hermans. In die tas bevonden zich, zo bleek, enkele boeken die de eigenaar van de tas had mogen uitzoeken op uitnodiging van Hermans’ weduwe. Ik vond het aandoenlijk hoe toegewijd Pam rook en liet blijken hoe heerlijk hij het luchtje vond. Als een man die het aroma van een geliefde vrouw inhaleert. De kunst van de bewondering beoefen je blijkbaar met al je zinnen. Ook in de barre natuur van de door muggen geplaagde landstreek waarover Hermans zich (ook buiten het muggenseizoen) zonder enig gevoel voor romantiek uitliet, zal Pam, zich ter plaatse inlevend in Hermans’ plotontwikkeling, zijn zintuigen volop hebben ingeschakeld.

Misschien kan hij nu wel begrijpen dat de Noorse lezers Hermans’ roman niet hebben kunnen savoureren zoals de Nederlandse liefhebbers. Zij misten de sensualiserende gewaarwording bij het aanschouwen en beleven van de overstelpende natuur in hun land. Intellectualistisch en cynisch vonden ze ‘Nooit meer slapen’  van Hermans."En," werd opgemerkt, "alleen Nederlanders storten van Noorse bergen. Ieder jaar wel één."

Gelukkig zag Max Pam af van de beklimming van de berg Vuorje op dringend advies van de gids.