Elegie van Sint-Nicolaas

Wij vierden 4 december het feest van Sint-Nicolaas, de dag voor ‘de dag’. Het was de eerste keer dat kleinzoon Ruben, tien maanden oud, aan dit plechtig-dwaze feest een eigen bijdrage leverde. En hoewel hij nog niet kan lachen om de in onze sinterklaastraditie klassiek geworden Godfried Bomans, wiens droog geestige sinterklaasverhalen die we praktisch uit ons hoofd kennen, nooit hun bedoelde uitwerking op ons missen (Sinterklaas, die met zijn boot in Nijmegen probeert aan te landen maar gegrepen door de stroom ondanks weerstrevend roeien aan de gezichtseinder verdwijnt, nagezongen door een menigte vlaggetjeszwaaiende kinderen op de kant), was hij geheel bij deze avond betrokken.

Natuurlijk moet hij meteen vertrouwd raken met de rituelen. Een ‘ moeten’ met hoofdletters is het leveren van een gedicht bij het pakje. Ruben kreeg dus een sinterklaasvers bij  een vierkant gekartonneerd bladig boekje waarin Nijntje kiekeboe speelt met de lezer. Een boekje dat hij omhoog hield als de blijde ontvanger van een trofee, het zegeteken van zijn eerste serieuze deelname aan de viering van het Sint-Nicolaas feest. Maar eerst werd het vers voorgelezen. Daarvoor zijn rust en concentratie nodig. Het drie jaar oude zoontje van vrienden, Quinn, riep het gezelschap om de tafel verontrust toe: "Iedereen stil, je moet luisteren." En in zijn haast om tegen het geroezemoes van stemmen in uit te leggen waarom, bleven zijn kleine kreten in de lucht hangen.

Kleine kinderen hebben een groot gevoel voor het moment, en ze willen niet dat gedrag van ouderen die ogenblikken bederven. Ze maken zich terecht zorgen dat de glans van een lied, een gedicht, een verhaal verloren gaat door gebrek aan ernst. Daar komt bij dat Sinterklaas veel werk heeft aan wat voor sommigen hoofd- en voor anderen bijzaak is. Hij schrijft zich suf aan karakteristieke poëzie en verzint aan de lopende band pointes. En – dat kan gemakkelijk worden toegegeven – veel gevaren bedreigen zijn werk. Geluidshinder is al genoemd. Of, ander euvel, op zijn bellettrie worden niet de juiste accenten gelegd bij het voorlezen. Of zijn handschrift is niet te ontcijferen. Gelukkig is hij handig  op de computer geworden. Desondanks loopt zijn werk risico’s. Door het niet bij de hand hebben van de verlangde bril. Slecht licht. Monotonie door clichés. De verveling die toeslaat bij het zoveelste gedicht. Of door laatste minuutbezorgingen; verzen die daar de sporen van dragen met zinnetjes als … dit jaar alweer/ zat Sint vast in het verkeer…   

Uit balorigheid en om zichzelf moed in te spreken veranderde Sint zijn poëtica en schreef voor zichzelf een elegie waarmee hij  zich meteen in de 21ste eeuw plaatst. Een lyrische tekst waarin veel wordt getreurd en niet versaagd.

Droog je handen en ga heen
met een knapzak vol geween,
met een weitas wild
van hazen en een borstplaat
hart van steen.

Met de werelds zware lasten
kan men vullen alle kasten,
en dan nog staan op straat
radelozen 
zonder huis
                 zonder paspoort
                 zonder eten,                                          
                     
dood te gaan
aan stervenskou.

Maak je borst nat en ga heen
met een knapzak vol geween.

Strooien maar Goed Heiligman
met je beste tabberd an…