Rembrandt gedichten

Hebt u ze gelezen de Rembrandt gedichten in NRC Handelsblad1? Twintig minimumformaat foto’s  -gelukkig in zwart wit-  van werk van Rembrandt vanwege zijn  vierhonderdste geboortejaar in 2006.  En ter opluistering van de Nationale Gedichtendag, die schilders en dichters tot thema had. Over twee volle pagina’s.

"Een dwaas plan," zei de vriend, en legde de krant uitgespreid voor zich op tafel. Ik kijk liever een gat in de lucht dan dat ik nog meer tijd besteed aan het lezen van gedichten bij schilderijen van Rembrandt." "Hoezo een gat in de lucht," vraag ik. "Nou, ik kijk eerst vluchtig naar de fotootjes van de schilderijen. Dan lees ik het gedicht eronder. En ik probeer te bedenken waar het over gaat. Omdat ik het niet snap, kijk ik naar de foto om te ontdekken of de dichter iets gezien heeft wat ik niet zag. Maar nee, ik ontdek niets. Ik kan beter de was opvouwen, of aardappelen schillen, zelfs beter een gat in de lucht kijken. Als ik een gat in de lucht kijk dan heb ik nog wat."

Haesje

Een droef gevoel bevangt me. Alsof de  zon onverwacht ondergaat. Treurnis zich ophoopt. Een onvoorziene bron waaruit water opborrelt. Een verzameling ongehuilde tranen. "Is het zo erg," vraag ik, "er zijn mooie bij, dat gedicht van het ‘ Het joodse bruidje’ bijvoorbeeld." –  "Nou, die vrouw van de bierbrouwer, Haesje, die stil moet zitten poseren terwijl vlooien rondspringen onder haar rokken en kraag, is het meest toegankelijke gedicht. Om je bij zo’n portret zoiets onvermijdelijks en ongemakkelijks realistisch voor te stellen, vlooien hoorden er in die tijd gewoon bij, is anekdotisch. Het is in tegenspraak met de formele pose en het erbij behorende gezicht. Geestig en aardig om te bedenken. Een portret waar de dichteres in de oogopslag een glimp van een gedachte ontwaart, die zij stoutmoedig invult: de vrouw denkt er aan hoe haar man haar met zijn lieve woorden en met zijn handen strelend wist over te halen om zo in vol ornaat model te zitten. Dat gedicht staat in directe verbinding met het portret. Diept het uit. De beminnende vrouw, de wulpse minnares, die in de trekken van het regenteske gezicht liggen besloten. Kijk naar de mondhoeken in samenspel met de ogen."

"En het portret van Jeremia die treurt over de verwoesting van Jeruzalem," vraag ik. "Zou die dichter weten wie Jeremia is?" antwoordt de vriend. "Hoe ver kan een gedicht van het schilderij verwijderd zijn?" "Rembrandt schilderde veel bijbelse onderwerpen die hij in zijn latere leven ook gelovig benaderde," zeg ik. "Neem de oude bijbellezende vrouw. Het licht valt op de opengeslagen bladzijden. Is daar iets van terug te vinden in het gedicht?" "Het gedicht is irrelevant voor deze inhoud," zegt de vriend. Hij slaat lichtjes met zijn open hand op de pagina’s van de krant als om te onderstrepen wat hij nog gaat zeggen. "Je moet wel aansluiten bij de sfeer van het schilderij. Trouwens, al gauw wordt gedichten schrijven bij schilderijen van Rembrandt even futiel als het afdrukken van minifotootjes van zijn schilderijen."

letterweide

Onze blikken dwalen nog een keer over de letterweide van het paginawit, vallen op regels. Ik kies enkele uit het gedicht bij ‘ De Staalmeesters’ met de veelzeggende titel:’ Tempus omnia revelat’, waarin de dichter de schilder aan het woord laat over zijn opvatting hoe de opdracht om alle zes hoogwaardigheidsbekleders achter een tafel geschaard, te interpreteren. En de heren opdrachtgevers hun zegje laat doen, waarbij zij elkaar aanmoedigen hun bedoelingen met het schilderij aan de kunstenaar duidelijk te maken.

/Hij werkt naar ’t echt, zegt/ dat in de blik de fijne details, dat wat je niet kan zien haast/ het licht de hand van God zich roert/

/Weet van waardigheid is onze redding/ Onze plicht een waarschuwing en een les te blijven/Zeg het de schilder!//

We besluiten het hierbij te laten en een fles wijn open te trekken, te drinken op de Nationale Gedichtendag en op de volgende die nog op uitvoering wachten. 


Noten

1NRC Handelsblad 27-1