Lellingbo Revisited

 Thera met dochter Pem; het Koninklijke Marine- speldje op haar jurk droeg ze de hele oorlog door.

“Je denkt niet na, je doet het  gewoon klaar is Kees.” Inger Margrethe Abel (92), afkomstig uit Lellinge, een dorp  met twaalf families onder Kopenhagen, getrouwd met Theo Ruys die in de oorlogsjaren mededirecteur was van de Koninklijke Kwekerij Moerheim,  zegt het op een  toon die bedenking, ook achteraf, uitsluit: mijn bezoek aan haar plaatst ons midden in de werkelijkheid van bezet Dedemsvaart anno ’43. Mijn moeder Thera die van de Duitse bezetter niet langer in het westen van het land mocht wonen omdat mijn vader met een rest van de Nederlandse marine naar Engeland was overgestoken om van daaruit tegen de Duitsers te vechten, vond na allerlei omzwervingen met mij onderdak bij deze familie. Ze kon er blijven tot aan het einde van de oorlog.

Plaatsen herbezoeken. Na de oorlog probeerden sommigen de eigen wereld, zoals voor die tijd gekend, vast te houden. De Paradise Lost ervaring onderbrengen in een eigen gedroomde werkelijkheid. De vertellende ik-figuur uit Brideshead Revisited van Evelyn Waugh, dat niet toevallig in 1945 verscheen, brengt het verlies onder woorden: " I HAVE been here before," I said; I had been there before more than twenty years ago on a cloudless day …" Mijn herinneringen gaan niet verder terug dan de oorlog. De aanzwellende dreun van jachtbommenwerpers. Het licht dat schitterde op neus en vleugels tegen een strakblauwe zomerhemel boven een glorieuze tuin.                

Inger Ruys woont sinds kort in een appartement aan de Wilhelminastraat.  Op loopafstand ligt de door baron Willem Jan van Dedem1 aangelegde vaart –  wat daarvan na de drooglegging in 1966 is overgebleven – met daarlangs de Moerheimstraat waaraan de karakteristieke bruine pakschuur de ingang naar de kwekerij met de nog bestaande ‘tuinen van Mien Ruys’ markeert. Rechts daarvan staat het huis waarin Inger 65 jaar woonde en waar zij meteen na haar huwelijk in 1935 introk. Het huis dat eerst ‘Nieuw Moerheim’ heette, ontworpen door de Dedemvaartse architect K.A. Hakkert* in opdracht van haar schoonvader Bonne die er in 1899 ging wonen, gaf zij de naam ‘Lellingbo’. Een ‘nest’ (bo) dat haar herinnerde aan het huis van haar ouders, herenboeren, die land van de Deense koning in pacht hadden.

schilderij

Mijn oog valt meteen bij binnenkomst op het schilderij met uitzicht vanuit haar geboortehuis in Lellinge dat in de oorlog een prominente plaats had in Lellingbo. Een verleden dat destijds nog jong was; haar ouderlijk huis in Denemarken was er na de oorlog om naar toe te gaan, en bij te komen van de bezettingsjaren in Nederland. Evacués, onderduikers, ondervoede kinderen naast de zorg voor haar gezin hadden haar veel kracht gekost, vooral nadat de Wehrmacht een deel van het huis vorderde en officieren hun intrek hadden genomen in de kamers op de begane grond. Nadat die halsoverkop waren gevlucht voor de Canadezen, alles in een onvoorstelbare janboel achterlatend, inclusief laarzen en schoenen, kon Inger als begeleidster van een groep onderkomen jeugd, samen met haar kinderen Jan Daniël en Grete naar Denemarken reizen. De jongeren werden ondergebracht in Deense gezinnen. Inger logeerde bij haar ouders en kwam in Lellinge aan op klompen. Ze  kregen als eerste allemaal een paar schoenen. De grootvader sneed uit kalfsleer hesjes voor zijn kleinkinderen.

 Theo en Inger Ruys met hun twee kinderen met op de achtergrond het schilderij met uitzicht.  

In het appartement aan de Wilhelminastraat lijkt dat Deense verleden onherstelbaar weggegleden uit de tijd. Niets is minder waar; voor mij hoort het schilderij bij de oorlog. Dedemsvaart en het schilderij zijn onlosmakelijk verbonden met de tijd dat mijn moeder en ik op Lellingbo woonden. Als klein kind heb ik er vaak naar gekeken. Het hing in de zitkamer aan de achterkant van het huis. Het had met tante Inger te maken wist ik. Een geheimzinnige wereld ver weg. Door een grijsblauwe naar binnen geopende deur wordt de blik naar buiten geleid en omhoog getrokken, een gewemel van allerlei tonen groen tegemoet waaruit het bakstenenrode deel van een toren steekt. Over de deurgreep hangt  wuft een doorzichtig blauw sjaaltje om mee te grissen en om het hoofd te knopen bij het naar buiten gaan. Op de voorgrond, aan de rand van het gazon, staat fier rechtop een zaailing van de metasequoia, een zeldzame boomsoort die Theo Ruys plantte tijdens een bezoek aan zijn schoonouders. Ingers familie woont niet meer op deze grond en in dit huis maar het uitzicht op het schilderij is er nog en de metasequoia is een machtige boom geworden.    

paradijs en oorlog

 Brug met kenmerkend siersmeedwerk over de Zaaimanswijk.
 Schip met jager op de Dedemsvaart .
 Kwekerij met draaischijven waarmee je met een lorrie  ‘kort door de bocht’ kan.
 

 

Dedemsvaart en het schilderij roepen deze middag sterk het gevoel van weerzien op: alles was destijds zoals het hoorde. De vaart met de rails van de stoomtram erlangs en de uitmondingen van de wijken (spreek uit wieken) waarover draai- en ophaalbruggen en op gezette plaatsen sluizen. De scheepsjagers op paarden, gehuurd voor 23 cent, vaak de binnenschipper of zijn vrouw zelf, die zich afbeulen langs het jagerspad. De indrukwekkende buitenhuizen neergezet door veenbazen, ontworpen door Hakkert met de ruime gazons voor en achter de huizen, de verschaduwde boerderijen overkoepelt door een overvloedig bladeren dak. En de kweektuinen zelf met uitzonderlijke planten, bomen, heesters en snijbloemen; de diepe gloed van de theerozen in het licht van de ondergaande zon achterin bij wijk acht waar later de eerste stoottroepen van de Canadezen aankwamen. Ik werd door mijn moeder opgetild naar onze bevrijders in de tank en stamelde mijn lang geoefend welkom:  How do you do I am glad to see you. Daar moet ook de heer Gerzon zijn geweest die, zijn familie op het onderduikadres bij de Ruysen achterlatend, met een tank wilde mee liften naar het westen.  Ik zag weer de lorries voor het vervoer van planten rijden die op de draaischijven kort door de bocht konden. Levensgevaarlijk en streng verboden voor kinderen om op te klimmen en in beweging te brengen. Ik kreeg prompt een ernstige vermaning van Theo Ruys toen hij mij de eerste avond na onze aankomst op de rand van zo’n lorrie zag zitten.

 Grete en Pem met trekkar met op de achtergrond links Arrier-end.

De dichtgevroren wijken in de kwekerij waarop wij met onze schaatsjes krabbelden. De veelsoortige  vlinders in de zomer die we onder het hooi stopten van de bokkenwagen. We wisten de hoegenaamd onvindbaar op de kwekerij verstopte parachutes van bemanningen te vinden als hun bommenwerpers door het afweergeschut waren geraakt.2 Het verzet verstopte ze in het bos en op boerderijen. Ook op Lellingbo werden ze midden in de nacht binnen gesmokkeld om zo mogelijk die zelfde nacht nog via de piloten vluchtlijn verder te worden geholpen, terug naar Engeland. Lancasters van de RAF voerden de nachtvlucht- bombardementen uit; overdag vlogen Amerikanen over in  hun Flying Fortresses, het onmiskenbaar dreunende geronk, de zon op de in formatie vliegende zilverkleurige kisten. Je leerde als kind omhoog kijken. Er kon er een naar beneden komen.

Alles hoorde zoals het was. Het paradijs, de dreiging en de geheimen. Geen snoepjes aannemen van de vijand. Nooit zelf eerst groeten, maar beleefd ’dag meneer’ zeggen als de vijand jou groet. Een Duitser had de hangklok in de gang gerepareerd waar ik tegen op was gevlogen bij de buutplaats, de kist onder de klok. Ik wilde een standje ontlopen en had bij de vijand aangeklopt. Groot gelach daar. De klok werd gerepareerd. En een handvol verboden snoepjes toe. In de sinterklaastijd, met  zwartepieten-maskers voor, beneden op de Duitse kamerdeuren bonken, die opengooien en kinderhanden vol keiharde gedroogde winterappeltjes naar binnen smijten. ‘Hier, wat strooigoed voor u.’ Met kloppend hart onder de keukentafel met afhangend kleed de Wehrmacht briesend langs het raam voorbij zien stampen op zoek naar de daders.      

lammetjespap

 Schilderij gemaakt door gevangengenomen onderduiker, H.M. Roering, naar aanleiding van deze gebeurtenis .
 Hongertocht vanuit het westen om voedsel, vooral aardappelen, in het oosten van Nederland te halen. 

Op 10 februari 1944 werden door de Sicherheits dienst razzia’s gehouden bij de drie kerken in Dedemsvaart, ze zochten onderduikers. Op Lellingbo zat de familie Gerzon in het hol van de leeuw. Risico’s waren gewoon. Verraad en verzet  was er als overal elders. Theo Ruys moest uitkijken, hij had een logeeradres verderop aan de vaart, overdag hield hij zich onzichtbaar in de kwekerij met de zaken bezig. Inger Ruys had een ander probleem: hoe voed je zoveel mensen onder je dak, en daarnaast nog mensen uit het hongerende westen die aanbellen om eten? Ik vraag haar naar de postbode, die dik en rond aan de achterdeur kwam en superslank weer wegging. Ze begint te lachen. “Hij leverde distributiekaarten voor levensmiddelen. Verder moesten we het hebben van linnengoed ruilen voor eten bij de boeren. We hadden melk van onze eigen koe, we karnden onze eigen boter.” Ik zie weer de vettig gele balletjes in de romige melk ontstaan. “Je moest hard en lang ronddraaien, “ zeg ik “en we dopten erwten van bonen in de moestuin.” Zij herinnert zich dankbaar dat ze haar keuken kon blijven gebruiken. “De Duitsers aten op Arrier-end."  Het huis waar haar schoonvader na haar huwelijk met Theo was gaan wonen, rechts van Lellingbo.

– Tante Inge, weet u nog de lammetjespap die u maakte?
– Gezeefde havermout.
– Met een klontje boter in het midden.
– Met suiker in een ring er omheen, dat kregen we bij ons thuis in Lellinge ook; je gaf eerst een bord pap dan had je niet veel trek meer en at minder…
– En voor elk bordje pap dankte je duizend maal …

 Lellingbo, foto Joke Hasselt, 1997 

Zoveel te vertellen, zoveel te vragen. Een  vraag voordat we gaan en dan nog een. Hoe kwamen mijn moeder en ik eigenlijk bij u en oom Theo terecht, was dat door gemeenschappelijke vrienden? Ze denkt na: “op dezelfde manier als de Gerzons geloof ik, via Bep, Theo’s zuster, die werkte op een departement in Den Haag. Ze had een groot netwerk. Ja, zo moet het zijn gegaan. En de andere vraag? ” “Een, die nooit bij me opkwam toen ik in de wereld van toen leefde, tante Inge, de wereld van de zandbak waarin kabouters voetstappen zetten en waarin we tanken bouwden om Canadeesje te spelen. –  Nu weet ik:  het was niet gewoon, het was allemaal niet normaal, niet het gewone leven; het was oorlog. Dit is mijn vraag: het was levensgevaarlijk om joodse onderduikers te helpen. Bij ontdekking konden je eigen kinderen worden doodgeschoten. Hebt u daar nooit over nagedacht? Hebt u nooit geaarzeld?” Maar Inger Ruys-Abel zegt: “Ik vond gewoon dat het moest, je denkt niet na, je doet gewoon.”


1 bronnen: Historische Vereniging Avereest 22e jaargang 05; De Dedemsvaart  zijn stad, streek en dorpen in de 20e eeuw door Gerard Varwijk.
2 In Tubantia van 3 mei wordt in een artikel door Coen Cornelisen en Bert Sluijer vermeld dat in het Oosten van Nederland in totaal 310 vliegtuigen uit de lucht zijn geschoten. 

4 thoughts on “Lellingbo Revisited

  1. Wat een prachtig stuk, vol liefde en een gevoel van dankbaarheid geschreven. Met een brok in mijn keel heb ik het stuk gelezen en ik ervaar een gevoel van trots dat dit mijn oma is. Fijn dat u er ondanks de moeilijke tijd, ook goede herinneringen aan over gehouden heeft. E.

  2. Wat heeft je tocht naar Dedemsvaart veel opgeleverd, Pem, en dan bedoel ik ook bovenstaande reactie. Je tekst vind ik mooi en ontroerend. Heeft je zoektocht naar de fam. Gerzon inmiddels nog resultaten gehad? Jane

  3. Momenteel zijn we druk bezig met het schrijven van het boek ‘Monumenten in de gemeente Hardenberg’.
    Eén van die monumenten betr. het pand Lellingbo (vroeger ‘Nieuw Moerheim’ genaamd).
    Bovenstaand artikel zouden we graag als bron gebruiken, indien mogelijk.
    Graag zouden we ook mw. Ruys-Abel contacteren voor meer informatie en beeldmateriaal.. maar gezien haar hoge leeftijd is dat wellicht geen mogelijkheid. Wie kan ons daarover informeren ?

  4. Inderdaad een prachtig ,bijna romantisch verhaal, uit de oorlog.
    Maar… wie was dan toch Henk Ruys, die een hele verzetsgroep bijna de dood in joeg voor station Zwolle?
    Hij kwam ook uit Dedemsvaart.

Comments are closed.