Oer al

Al dagen kleeft er een oranje bolletje tegen de rand van een keukenplank. Hoe het daar komt? Wat het is? Pas nadat ik in de krant las over de mevrouw met drie knalgrote oranje wuppen op haar motorkap, die volgens de bekeurende agent haar het gezicht op de weg ontnamen, ging mij een licht op. Dat oranje fantasiegevalletje, oranje pluisdingetje dat als een vlo aan de huid zich had vastgezogen, was een WK- nesteling en het nieuwe verkleinwoord luidde: wupje.

Ruben

Kleinzoon Ruben was toch niet op een stoel geklommen? Daar was hij nog niet aan toe om plakkendingetjes te bezitten met de bedoeling die ergens aan te kleven. Hij loopt met stijve rechte beentjes met de wijsvingertjes in de lucht gestoken, klaar om ze te richten op een voorwerp die-die dat zijn aandacht trekt, of om die garnalen op knopjes te laten landen, in te drukken, uit te trekken en te schuiven.Misschien zijn vader? Die is in Frankfurt geweest om Nederland-Argentinië te zien. Ik heb het wupje laten zitten, het is wel passend nu ik bijna drie hele wedstrijden heb uitgekeken. En zelfs in mijn avondkrant de voetbalverslagen lees. Heel wat voor iemand die ooit het toonbeeld van de antisupporter is genoemd. 

Van de laatste wedstrijd van Oranje tegen Portugal flitsen nog de rode en gele kaarten voor mijn ogen. De ploegen zijn samen kampioen geworden. Een record aantal kaarten gehaald. Van de 45 minuten in de tweede helft zijn er twintig minuten gespeeld. Men lag voortdurend en vaak in kluwens op de grond. Tackelen, sliden, duwen en trekken: een bundeling van keihard aangespannen spieren vol voor de lens. Vooral valt op hoe spelers die met elkaar in duel zijn het spel aanpakken. Oorlog en vrede. Op een hardhandig onderuithalen volgt de verzoening. Een stoere streling in de nek. Met de mond wordt oorlog gevoerd en vrede beleden. Ik zag hoe een speler de tegenpartij aansprak op een lichaamsdeel, hem toevoegde dat hij er niets van kon en hem vol in het kruis greep waarop de ontvanger binnen de band van zijn voetbalbroek het zaakje weer goed legde. Een ruiterlijke mannenwereld. Een onnaspeurlijk kop-op-kopstoot gevecht. Een soort oer al ontrolde zich voor het oog. Nooit eerder de sappigheid van de sport op deze manier ontwaard. Alsof ik jaren lang heb geslapen als ik wel eens keek bij een WK.

Bremen

In Bremen waar we zaterdag een bruiloft vierden waren de straten uitgestorven op de bruiloftsgasten na. Duitsland won met 2-0 van  Zweden tijdens de kerkdienst. Tussen de bedrijven door werd de stand bijgehouden. Maar die bleef onveranderd 2-0. Duitsland was door en Duitsland-Engeland lag in het verschiet. Intussen werd de binnenstad van Stuttgart door Engelse hooligans verbouwd. “ In Frankfurt zag alles oranje,” zegt een Duitse bruiloftsgast met een kleintje koffie in de hand. Ik knik: “Agressieve kleur.” “Als het elftal ook maar agressief is,” zegt hij gevat. De enige andere Nederlandse aanwezige antwoordt: “ We spelen graag tegen Duitsland, maar we vrezen de Portugezen.” Hartelijk gelach. Een mevrouw laat een foto rondgaan van een pas geboren kind dat op zijn buikje in de wieg ligt met op het rugje het zwartroodgeel van de gekte. Iemand zegt: “ Sind sie in Holland auch so verrückt?” “Als we van de Portugezen verliezen,” antwoord ik, “ doen we in Holland alle oranje gespoten cavia’s in bad.”

Zondagavond was het zover; de cavia’s konden in bad: voor Holland was het toernooi voorbij. Duitsland zal – als alles voor hen goed blijft gaan -‘ohne Holland nach Berlin fahren’ zoals het supportersvolk vol overgave op de tribunes zong. Maar de bruiloftsgasten in Bremen, gevoelig voor gevoeligheden, gaven de indruk dat ze niets liever deden dan met Holland in de finale uit komen. Oranje een agressieve kleur? Als ze ook maar agressief spelen! Time out tot 2008.