An ill Wind

Uit Israel en de Palestijnse gebieden krijg ik mails over de oorlog. Ruth Morris, een tolk in Jeruzalem, is met een blog gestart. De blog heeft de naam van haar hond Daisy. Met ima als uitgang, – moeder in Hebreeuws;  Daisyima’sblog.  Een kwispelend dier, Daisy -ik ken haar- slim; oplettend, speels, jong. Het moederlijke appel komt van het vrouwtje. Ruth gebruikt haar onschuldige lieve hond als medium om commentaar te geven op deze Meest Onnodige Oorlog. En Ruth, die vanaf 16 juli tot 22 juli 60 uur op het kantoor van CNN heeft getolkt voor de minister van defensie, de minister van buitenlandse zaken en de premier, en almaar politieke en militaire cijfers van Hebreeuws naar Engels vertaalde, verzuchtte na afloop door spreekbuis Daisyima: Oh mr. Olmert and mr. Peretz, it is all very well to say that this time things will be different from 1982, but the Lebanese quagmire (moeras) may well engulf you.

oorlog zonder naam 

In het noorden van Israel heeft 30 tot 40 procent van de bevolking z’n huis verlaten en ook in Safed trekken veel mensen weg. De katten en honden van Safed moeten nu voor zichzelf zorgen, dacht Ruth bezorgd. De eigenaar van de plaatselijke dierenwinkel, Zohar, zag bekommerd zijn voorraden honden- en katteneten slinken zonder hoop op nieuwe aanvoer tot Ruth zich aangordde, en vanuit Jeruzalem hem tien grote zakken brokken bracht voor felix en canis. "Laat de oorlog voorbij zijn voordat deze zakken leeg zijn," wenste ze hem en zichzelf ten afscheid toe.

"The wind that is blowing is a very ill one," schreef  Ruth afgelopen vrijdag. "De oorlog die Israel nu voert heeft  nog steeds geen naam." Thuis praat zij met haar man David, schrijver en fotograaf, over de oorlog. De gestelde doelen zijn niet haalbaar. Hezbollah ontwapenen en ontmantelen kan niet slagen. Wanneer hebben reguliere legers een einde kunnen maken aan een oorlog die door guerillastrijders wordt gevoerd? "Helaas," schrijft Ruth," leven wij temidden van rabiaat extremistische Jeruzelamieten, zowel joods als arabisch." Het is  niet verwonderlijk dat in zo’n situatie, waarin het gebruik van geweld wordt gepropageerd en toegejuicht als enige oplossing, andere stemmen  zalf op een stekende wond zijn. Ruth laat zulke journalisten in kranten aan het woord op Daisy’s blog. Ze schrijft: "Yossi Sarid, de linkse politicus, journalist, commentator, had een artikel in Haaretz vanmorgen. Toen ik het wilde overnemen, was het niet langer gepost." Gelukkig vond ze het artikel nog in een tijdelijk internetdossier. "Wie het artikel heeft verwijderd  van de website van de krant … daar zal ik niet achterkomen." En andere journalisten, zoals Yigal Sarena in Yediot Achronot, die schrijft dat wijsheid altijd komt na de vernietigingen en na de rouw, wanneer een hoos aan boeken en rapporten neerwervelen om aan te tonen welke domme  vergissingen zijn gemaakt. "Dat we weer in een val zijn gelokt, en hoe dat andermaal tien, twintig jaar zal nemen om ons  daaruit te bevrijden."

gedicht

Tanas is een ander verhaal. Hij is een Palestijn die woont in Betlehem en werkt  in Jeruzalem. Hij vindt dat de jeugd van nu het samen moet gaan maken; zij zijn de volgende generatie Israeli’s en Palestijnen. De bestaansrechten van beide volken moeten worden gerespecteerd. Zo’n overeenkomst zal er komen want joden en Palestijnen zullen alle twee blijven. Ze zullen hoe dan ook moeten leren met elkaar te leven. Daar is geen weg omheen. Tanas zond een gedicht door dat hij die ochtend in zijn mailbox had gevonden. Een lang vers van Edna Yaghi "die", meldt de mail, "soldaat is geweest in het Israelische leger". I am the Israeli / I am the focus of Palestinian fury / I caused the Palestinian Diaspora and the exile /  I refuse to provide Palestinian travel documents / And I deny the owners of the land I stole, / Rightful possession of an ID card / /  En: I am the Zionist officer / Slapping young Palestinian men across their faces/ I humiliate them at every crossroad / every bypass, and every checkpoint / but no matter how hard I try, / I cannot / take their identity away from them, / Yet my own identity / Slowly slips away into oblivion. // 

Deze regels beschrijven frappant hoe het optreden van Israelische soldaten in de gebieden wordt ervaren door de Palestijnse bevolking. Dat het gedicht als geheel een lange litanie is van ‘de Israeli’ over zijn schuld aan het lijden van de Palestijnen, is balsem op de  wonden, toegebracht aan het Palestijnse gevoel van eigenwaarde, zelfrespect en rechtvaardigheid. ‘De Israeli’ als bezetter is meer dan zijn antagonist de verliezer van zijn eigen identiteit. Ook daar valt veel voor te zeggen. Het verbaast dan ook niet dat Tanas dit gedicht heeft opgevat als een verrassend mea culpa, een erkenning van een Israelische dichter, die weet waar hij het over heeft – hij was militair – van aangedaan onrecht. Tanas schrijft in zijn mail: "We moeten grote ernst maken met de inzet voor rechtvaardigheid en bidden voor vrede." 

Maar onmiskenbaar is er iets mis met het gedicht. Het roept bij nadere bestudering weerzin op, en het wringt. Waar ligt dat aan? Waarom bijvoorbeeld gebruikt de auteur zulke excessieve en beladen beelden (Hitler,Holocaust, Pilatus, Judas, Herodes) en associeert die met ‘de Israeli’ in zijn gedicht. En wat heeft de angst voor een gereïncarneerd Sodom en Gomorra hier te zoeken? Is ‘de Israeli’ een vrome jood die de westerse levensstijl ver van zich werpt? Ik heb het gedicht van mijn website gehaald. Eerst meer informatie zien te krijgen. Tanas kon niet helpen. Hij had gewoon doorgezonden wat hij had ontvangen.     

Zondag ,30-7: Sinds kort  weet ik dat de dichter Edna Yaghi heet, in Amman woont en Jordaanse is. De identiteit van de Israelische dichter-soldaat is vals. Ik vond haar naam op een poëzieweb. Ik heb om meer informatie gevraagd. Misschien komt die nog. Intussen is het gedicht ‘ I Am The Israeli ‘ onderdeel van een kettingmail. Iedereen die het ontvangt leest ook regels als: I am the new Hitler/ Out to slay the innocent // . En: I quickly retaliate by shooting to kill / the Gentile children / The infant Palestinian Davids//   

valstrik

Een schrijver is vrij om een poëtisch ik te scheppen waar en wanneer hij maar wil. Een Palestijnse dichter kan in de schoenen van een Israelische soldaat gaan staan. En omgekeerd, een Israelisch auteur in de schoenen van een Palestijn. Maar om als Palestijns auteur een in de grond antisemitisch gedicht te schrijven, en voor te geven dat een Israelische dichter de maker is van het vers, is in strijd met de afspraken over auteurschap. Iemand kan onder synoniem publiceren. Maar dit is anders. Hier wordt de eigen naam gebruikt met een bewust misleidende omschrijving van de identiteit. Hier wordt een valstrik gespannen waar veel mensen intuinen. Dat is precies de bedoeling.  Een gefingeerde Israelische dichter verwoordt  in de Palestijnse gebieden heersende opvattingen over ‘de Israeli’ , en doet het voorkomen alsof deze dichter het opneemt voor de Palestijnse publieke opinie tegenover de gangbare mening in Israel. Een dichter, die een beetje goed is, zal zich nooit voor zo’n karretje laten spannen. Hij verwoordt immers ‘de dingen van de dichter’.  Die kunnen over politieke onderwerpen gaan, maar nadrukkelijk nooit over propaganda zonder dat de dichter daar de eigen gedachte en beeldspraak naast zet. 

 Waarom zou Yaghi zichzelf presenteren als een gewezen Israelische soldaat? Waarom zouden anderen dat doen in haar plaats? Het maakt  een heel verschil of een Israelische auteur een ‘ ik klaag mij zelf aan’ – gedicht schrijft of  een Palestijnse auteur (in Jordanië wonen veel Palestijnen) dat voor hem doet. Bij een Israelische auteur denk je niet direct aan antisemitische propaganda. Je denkt misschien als het sterke termen taal is dat de persoon doordraaft, zichzelf opzettelijk pijnigt, lichtelijk  gestoord is of  een niet tot in alle finesses te volgen geweten heeft. Maar als blijkt dat de auteur Jordaans is en voorgeeft Israelisch te zijn, vermoed je meteen een dubbelzinnige bedoeling. Aanwakkeren van haatgevoelens bijvoorbeeld.  Agitatie propaganda, meestal geïnfecteerd door antisemitisch materiaal uit het rijk van Hitler. Een virus dat in de Arabische wereld vrijwel onbestreden kan huishouden. Een sluipend gif dat overal in kruipt en geen middel schuwt. Een schrijver, die zich als iemand anders voordoet met de bedoeling een verkeerde voorstelling van zaken te geven, is verwerpelijk. 

Deze achtergrond maakt het hele gedicht jammer genoeg waardeloos. Wat het aan zeggingskracht heeft  gaat verloren. Niemand neemt meer serieus wat onmiskenbaar feiten zijn. Israelische soldaten, die in langzaam heen en weer rijdende jeeps op vrijdagen rond 1 uur voor het Asa vluchtelingenkamp in Betlehem, wanneer de moslimjeugd vrij is, en op straat, de jeugd tot stenen gooien provoceren. Gevolgd door militair machtsvertoon of schieten. I quickly retaliate by shooting to kill/ ( ) /The infant Palestinian Davids.  Maar het gebrek aan integriteit van de schrijver schiet hier helaas in eigen voet. Bedroevend genoeg. Een gemiste kans om betrouwbaar te zijn in verzetspoëzie. Zo is het nu eenmaal; bewuste misleiding is onderdeel van de tactiek, die behoort tot de propaganda, die weer behoort bij het conflict. Zoals deze oorlog zonder naam (‘crisis’, zegt men in Israel eufemistisch) een gevolg is van het conflict tussen Israel en de Palestijnen. En meer speciaal tussen de religieus militante extremisten in Israel en de Palestijnse Gebieden. De bevolking hongert intussen, zonder hoop op verbetering, naar een normaal bestaan met werk,  inkomen en toekomst voor de kinderen. Inderdaad: een zieke, heel zieke wind.