Ark van Noach

Een babyslakje werkt zich zwoegend omhoog onder de fijn uitspattende druppels van een pieterige waterstraal, zijn glasachtige voelhorens als kleine lansen vooruitgestoken. Op de binnenwand van het fonteintje dat als een parmantige witte krokus  midden in een cirkel rode bakstenen staat, toont hij zich als een minuscule streep op een witte helling die verhoudingsgewijs als een Himalaya rug boven hem uit torent. Toen hij de rand ervan had bereikt vouwde hij zich om, lansjes naar beneden, alleen zijn slakkenhuis steekt als een ronde bruinbeige speldenknop omhoog. Zo’n prachtig vormgegeven klein formaat slak van enkele dagen oud, dat past op de  nagel van je duim, is een hoogtepunt. Zoiets krijg je niet elke dag te zien. Zelf heb ik een wiegenslak nooit eerder waargenomen. In onze tuin zijn vele gerijpte exemplaren te bezichtigen, maar tekenen van het bestaan van pasgeboren kroost bleven voor mij verborgen.

gympen met sokken

Wij waren langsgegaan bij schoonzus om verjaardag te vieren en bezichtigden de zacht ruisende fonteinkrokus, het actieveld van het slakje. Dit zachte geklater brengt een vredige stemming waardoor je, verzekerde schoonzus, tot rust komt. Wat mij betreft zijn haar woorden al werkelijkheid. Mijn dag werd door het gebeuren op de binnenwand van de krokus in een contemplatief licht gesteld. Vertedering  is in mijn gemoed opgestaan en houdt de regie in handen. Het slakje biedt diepe vertroosting. Het buikpotig weekdier lijkt op die plek op dat tijdstip neergezet om kwetsbaarheid, levensmoed (het is op z’n eentje bezig aan een enorme tocht ) en vertrouwen onder de aandacht te brengen. Terwijl ik zo mijn gedachten liet gaan zag ik gympen met sokken uitsteken onder de was aan de lijn die, dwars door het tuintje gespannen, volhing met broeken, sweaters en hemden van de eigenaar van de geschoeide voeten, en riep: “Hé Hoessein kan je net zo goed strijken als wassen?” Hij dook met een brede grijns op vanachter de was. “Laat je jalbaab eens zien Hussein,” zegt schoonzus die sinds zijn komst in een moeder rol is geschoten. Het kledingstuk, in gebruik bij feesten in de moskee, hing neerslachtig naast een trainingsbroek in miezerende regen. Maar Hussein houdt het opgewekt tegen zijn borst op ons verzoek. Wij prijzen de kleur van de stof  en de elegance van de lijn en vinden dat de jalbaab een verrijking is van zijn garderobe.

twee religies

Hussein, Ivoriaan zonder paspoort of legitimatie, kwam als tiener naar Europa. Nu is hij een dertiger en al enige jaren ‘in de familie’. Op een dag vond schoonzus hem voor haar deur op straat liggen. Uitgeprocedeerd, uitgeput.Geestelijk in de war. Ze gaf hem geld voor nachtopvang. Maar nachtopvang kon hem niet houden. Spoedig lag hij weer voor haar deur. Ze zette een tent op in de tuin. De politie kwam kijken na een telefoontje uit de buurt. Een kamperende vreemdeling in de tuin was verboden. Schoonzus nam hem in huis. Sindsdien is er een lange weg afgelegd langs instanties en diensten, advocaten, en rechterlijke macht.  Daarmee kom je niet ver in het Nederland van nu. Een profijtelijker weg die ze als huisgenoten met elkaar zijn gegaan is de weg van het geloof. Twee religies in een huis. Een klein huis waarin ze elkaars feestdagen niet uit de weg kunnen gaan. Ze vonden praktische oplossingen. Schoonzus doet Ramadan en het Suikerfeest mee. En Hussein krijgt Kerstmis en Pasen in zijn pakket. Vanuit twee lege eierdoppen aan het paasontbijt spreken ze met elkaar via vinger-dierpoppen. Een uil en een eekhoorn. Schoonzus vindt haar huisgenoot een wijze uil en zichzelf een eekhoorn die van nootje naar nootje springt. Het gesprek tussen de dieren gaat ongeveer als volgt:

Uil: Ik kan in het donker zien.
Eekhoorn: Hoe komt dat?
Uil: Omdat ik veel bid. Ik ga in mijn binnenkamer en daar ontmoet ik God.
Eekhoorn: Ik ben beweeglijk. Een uil zit te zitten 
Uil: Eekhoorn moet wat meer tot rust komen en tijd nemen voor de binnenkamer.
Eekhoorn: Goed idee Uil, jij mag wel wat meer je vleugels uitslaan.

"Dit soort samenspraak gaat indirect over het geloof," vindt schoonzus, "dat geeft een opstandingsgevoel. De kern van Pasen."

slakjes

Toen was het tijd om de cadeaus te geven aan de broer die jarig is. Schoonzus komt met boeken en een bos bloemen die zij uit een vaas haalt en overhandigt. “Mooie bloemen zeg. Krijg ik de vaas niet?” “Die vaas hoort er niet bij.” “Nee? Jammer.” Hussein dubbel vouwend van het lachen brengt met moeite uit: “ Wat ben jij een grappige man.” De vrolijkheid wordt nog groter als wij het boek bekijken dat Hussein heeft gegeven: De ark van Noach met een eenlettergrepig gedicht over de zondvloed van Jacob Revius. In het boek krijgen slakken speciale aandacht. Het hondje dat als eerste zijn snuffelneus buiten de deur steekt als het land is droog gevallen na alle regens, die God in gramschap uit de hemel op de mensheid liet neerstorten, en kwispelend voor Noach de ark uitspringt, wordt zeker niet op de voet gevolgd door de species slak. De ark is al helemaal leeggestroomd, alle dieren bevinden zich in een verwarde kluwen op de rots waarop de grote overlevingsboot is vastgelopen, maar dan verschijnen er tot slot van het slot twee stipjes op de massieve drempel, voelhoorntjes fier omhoog.

vertrouwen

Thuis overdenk ik de symboliek van deze ochtend. Een verloren stipje op de immense ski vlakte van onze planeet blijkt een babyslakje dat met voortvarendheid, niet bekommerd om snelheid zich in de ruimte begeeft. Volmaaktheid in de schepping. Kwetsbaarheid is niet alleen toegestaan maar is noodzaak om te ondervinden wat geest is. En de derde factor: vertrouwen. Ik zie ‘onze’ asielzoeker voor me. Hoe hij daar zat, Louis, na het  bezoek aan zijn advocaat in Rotterdam vorige week donderdag. Wat dacht hij, wat voelde hij nu de rechter het beroep tegen een onrechtvaardige vorige beslissing heeft afgewezen, en door de nieuwe wet nooit uitvoering is gegeven aan de eis van de rechter daarvoor om nader onderzoek te doen omdat de aangevoerde gronden voor uitzetting  niet deugden. Dat was drie jaar geleden. Wat denkt hij, nu alleen beroep bij de Raad van State nog open staat en eventueel het Europese Hof. Wegen die geen echte opties zijn. Begrijpt hij de situatie? Wat gaat hij doen? "Ga je praten met de mensen die je een stageplek hebben gegeven; met je studiebegeleider. Ga vooral praten met de mensen van Kongo Docu …" Ik weet niet of hij mij hoort. Op het door late zon overmeesterde terras waar hij een tosti eet voordat hij een lange reis met trein en bus terugmaakt naar het asielzoekcentrum aan het andere eind van het land, waar zijn vrouw en kinderen op hem wachten, zegt hij ineens: “Weet je mijn vader zei : een man weet altijd wat hem te doen staat.” Hij grinnikt , zegt dan ernstig: “ Ik heb geen moord begaan, ik ben geen dief. Ik heb vertrouwen.” Eindelijk begrijp ik dat dit niet de woorden zijn van iemand die de werkelijkheid ontwijkt, maar van iemand die van een werkelijkheid wegkijkt, die niet deugt. Woorden van een uil die op zijn tak zit en in het donker kan zien.

noot: Jacob Revius  (1586 – 1650)