Tussen Sint-Nicolaas & Sinterklaas

5 december. Op radio 1 hoorde ik een sinterklaasdeskundige iets zeggen over Sinterklaas, zoals we die binnenhalen per schip, met paard, stoeten Pietermannen, pakjes, snoep en fanfare. Hij is de spil van een  platgetreden volksfeest geworden. De deskundige vond dat Sint-Nicolaas, de naam van de  bisschop van Myra, die ook wordt gebruikt voor Sinterklaas liever niet gebezigd moet worden in verband met onze sinterklaasviering. De verbastering tot Sinterklaas is dan ook passend. Hij waarschuwde echter dat de figuur van Sint-Nicolaas, in de praktijk ontdaan van de status der geïnstitutionaliseerde clerici en verrichter van wonderen, geen vrijbrief is om het Sinterklaasfeest naar believen te profaneren. Dit pleidooi herinnerde mij er aan dat ‘ het lekkers’  van Sinterklaas oorspronkelijk  ‘uit den rijken hemel komt’. 

Sinterklaaskenner Godfried Bomans heeft zich enkele decennia geleden over het ambt van Sinterklaas in een oer-Hollands décor puntig uitgesproken. Daarbij is hij uitvoerig ingegaan op het spanningsveld tussen bisschoppelijk waardig vertoon en het tentoonspreiden van banaliteiten.Bomans beschrijft in een bundel sinterklaasverhalen1 zijn afkeer van een intocht van Sinterklaas in Amsterdam, die hij vergelijkt met de aankomst van de goedheiligman in het bisdom Haarlem. De intocht te Amsterdam was stuitend onfijnzinnig, overstelpt door commerciële belangen van zakelijke jongens, die niets met het jaarfeest van de goedheiligman en kindervrind hebben te maken. Sinterklaas werd, schrijft Bomans minachtend, omstuwd door een stoet van 2500 man, 16 praalwagens en 23 muziekkorpsen. Niets daarvan in Haarlem met zijn episcopale traditie. Daar ter stede had de geestelijkheid het feest vast in handen. De rol van Sinterklaas was aan een professor uit Warmond gegeven, het strooiwerk werd aan meer gevorderde seminaristen toevertrouwd. Zo bleef het feest beschaafd van toon en was tegelijk in overeenstemming met de richtlijnen die paus Nicolaas I in 1438 met zijn bulle Sancta Simplicitas zo helder heeft aangegeven.

heilige

Ook de ‘Sint-Nicolaasliederen’ 2, een uitgave met oorspronkelijke teksten en melodieën van alle bekende, traditionele Sinterklaasliederen schoot mij te binnen. Deze bundel, bijeengebracht door Henk van Benthem, staat bij ons op de vleugel in de Sinterklaastijd. Behalve dat we daaruit de bekende sinterklaas versjes zingen, kan men er ook tijd- en streekgebonden tekstvarianten en onbekende liederen uithalen. Deze verzameling biedt de liefhebber een uitvoerig en rijk geschakeerd beeld van Sinterklaas, die vóór de achttiende eeuw vooral bekend was als heilige. Een prelaat, die het behalve voor kinderen en huwbare meisjes, ook opnam voor zeelieden. Op een schilderij van Gentile da Fabriano is te zien hoe Sint Nicolaas door de lucht aanzwevend een schip redt van de schipbreuk. Deze redding op zee is ook bezongen en staat centraal in de grote, geliefde en internationale Sint-Nicolaassequens, die zijn hele leven bestrijkt.

Zekere matrozen
tijdens de vaart worstelend
tegen de woeden van de golven
waarbij het scheepje bijna in tweeën brak

Ja, reeds wanhopend aan het leven,
geplaatst in zo’n groot
gevaar, roepende,
zeiden allen met één stem:

’O gelukzalige Nicolaas,
sleep ons naar de haven van de zee
uit de benauwenis van de dood;
Sleep ons naar de haven van de zee
gij, die zovelen te hulp komt,
dankzij uw vroomheid.

 

Bisschop Nicolaas, die leefde in de vierde eeuw na Christus, werd heilig verklaard door de jonge christelijke kerk en op bescheiden wijze vereerd. Ook na zijn dood -hij werd begraven in Demre aan de zuidkust van Turkije- gingen de wonderen die hij tijdens zijn leven verrichtte door:

Uit zijn tombe stroomt
een overvloed van zalving,
die alle zieken geneest
dankzij zijn voorspraak.

Van Benthem noemt 7 legendeliederen, waarvan die van de legende van de kinderen die door Sinterklaas uit het pekelvat worden gered, een Nederlandse versie uit de 19e eeuw kent:‘De Drie Broerkens3. De oudst bekende versie van dit lied stamt uit de twaalfde eeuw in Nomandië, ‘ La vie de Saint Nicolas’. Hierin plaatst, ‘zoals de Here het wilde’, Sint-Nicolaas de zielen terug in de lichamen van drie studenten, die door hun hospita werden vermoord. “Daarom,” zo luiden de slotregels, ” vieren zij altijd feest op zijn dag met veel voorlezen, gezang en het verhalen van zijn wonderdaden.”

richtlijnen

Bomans richtte zich als secretaris van Sinterklaas tot het Nederlandse volk omdat hij met bekommernis het groeiend aantal Sinterklazen aanzag ‘dat zich zonder enige aanleg of noemenswaardige opleiding roekeloos in de Nederlandse huiskamers stort.’ Vanwege stijlgevoel maar ook uit betrokkenheid bij de rooms-katholieke herkomst van Sinterklaas wilde hij ‘enige richtlijnen voor bisschoppen’ aanreiken. Sinterklaas moest weer een Sint-Nicolaas uitstraling krijgen. Geen broekspijpen met daaronder gympen onder de bisschoppelijke mantel uit laten flodderen, niet heimelijk voor het binnentreden van de huiskamer een neut naar binnen slaan, en zeker niet waar kinderen bij zijn, zèlf het snoepgoed verorberen. En niet languit grabbelend op de grond liggen. Deze bezigheid is bestemd voor de kinderen. Maar de secretaris van Sinterklaas had ook lof te vergeven. Hij noemt de innerlijke metamorfose die Sinterklaas heeft ondergaan sinds de tijd dat hij, Godfried, klein kind was. Van ‘een eerbiedwaardige ellendeling, waarbij je liever je blindelings in de gracht wierp dan bij deze ploert op de knie te gaan zitten,’ was de Sint met de tijdgeest meegegroeid en was hij een lieve oude baas geworden, door kinderen lachend aan de baard getrokken. Een verandering van geloofsopvatting (onder de leken) die hij een kerkelijke gebeurtenis van de eerste orde noemde. Sinterklaas reed niet langer dreigend meer over de daken. Hij toefde voortaan vriendelijk in ons midden.

omslag

Deze omslag van boeman tot goedige meedoener is sindsdien stuitend uit de hand gelopen. Sinterklaas bekogelen met rondzwervend straatvuil (opgetekend in 2006) wordt anno vandaag volgens de deskundige van radio 1 beschouwd als een daad van agressie en niet als een gebaar van afkeer dat men moet kunnen maken. Waardigheid en respectvolle bejegening – zonder de oude angsten bij de kinderen op te wekken – moet de sinterklaastraditie haar aanzien hergeven.

Sinterklaas is dit jaar het onderwerp van opwindende televisie geweest, waarbij de Pieten zonder roe, handenvol roet in het eten van speculaaspoppen, marsepeinen aardappeltjes en chocolade letters strooiden. Zullen de kinderen hun pakjes en lekkers wel krijgen nu het schip met de lading aan boord is terug gevaren naar Spanje? Spannende onzekerheid waarmee het sinterklaasjournaal de kijkertjes aan de buis hield gekluisterd. Dit type manager-sinterklaas, dat moppert over de domme streken van zijn Pieten, en het niet heeft over stoute kinderen, zal de angsten bij de jongsten overigens niet wegnemen of verminderen. Het verschijnsel sinterklaas is daarvoor te heftig. Kleinzoontje Ruben heeft zijn schoentje niet bij de open haard willen zetten. Dat Sinterklaas pakjes door de schoorsteen in de schoen bezorgt gaf grote schrik. Water en wortel voor het paard klaar zetten maakte hem nog ongeruster. Bij het naar bed gaan tijdens een logeer -nachtje moesten we behalve ‘de kabouters’, ‘de bouwers’ en ‘Zwieper’, ook Sinterklaas en Zwarte Piet wegjagen. “Naar je eigen huisje, naar je eigen moeder! Schiet op.”  En aan het slot van het ‘ heerlijk avondje’, een paar dagen later, was hij er in het geheel niet gerust op dat Sinterklaas en de Pieten nu definitief vertrokken. Hij kroop op mijn schoot en zei: ” Oma wij zijn niet bang hè ?”

Sinterklaas-celebranten

Gepokt en gemazelde Sinterklaas-celebranten hebben hun eigen normen en waarden om zich aan vast te houden. Buiten de tijd tendensen om. Men geeft zichzelf daarbij grote vrijheid van handelen met inachtneming van bepaalde regels. Dit jaar vierden wij bijvoorbeeld Sinterklaas op 1 december. Anderen vieren het op 8 december. Op die data vallen twee zaterdagen. Afgesproken was dat alleen de kleintjes dit jaar een pakje zouden krijgen. Wij hadden, zo bleek, deze afspraak te licht ingezien. Als karrenpaarden, die al jaren in de tredmolen lopen van gegroeide gebruiken en huiscultuur, konden wij niet nalaten toch voor de groten iets te kopen. En daarbij een gedicht te maken. Daar gaat het tenslotte om. Wij kochten voor de papa’s, mama’s, opa’s, oma’s, ooms en tantes 16 paar sokken voor divers gebruik. De vrouw van de winkelier schoot haar man te hulp om van al die paren sokken pakjes te maken. Wij staken echter onze hand op en weerhielden haar. Nee, wij hebben twee verzamelpakken nodig, legden wij uit. Twee grote vellen sinterklaaspapier volstaan. Omdat de blik vragend werd en tegelijkertijd opluchting uitstraalde, lichtten wij de bedoeling toe. “Voor die twee pakken maken wij één gedicht. Dat spaart werk.” Dat ene gedicht heeft meer tijd gekost dan een heleboel kleintjes bij elkaar. Maar dat was ook niet het punt. Onze Sinterklaasviering was de eer aangedaan waarzonder dit feest in waarheid niet kan bestaan.

 

Sint-Nicolaas

Sint Nicolaas heeft alle tijd
om de maanden tot december in zijn leunstoel te slijten
De tel van zijn jaren is hij  al lang kwijt
Dat is evenwel niet aan zijn ouderdom te wijten
Kortstondig is het gedoe tussen komen en gaan.

Een mensenleven heeft al snel afgedaan
Sint vindt leeftijd niet relevant
Hij bestudeert liever kronieken in een oude foliant
Over ouders en kinderen in het verleden
En hoe ze nu leven in het consumerende heden.

Met twee grote slokken uit een glaasje Madeira
Beschouwt Sint fronsend deez’ verwilderde era
De kinderen moeten het vaak zonder richtlijnen stellen
Protesten van tieners verzakken in rellen
Nederland heeft van alles te veel en te weinig in het publieke leven
En waar is toch de homo ludens van Huizinga gebleven?

Geen socioloog, eenvoudig bisschop, rooms katholiek:
Hij houdt zich vast aan de pauselijke encycliek
Hij is vóór alles praktisch van aanpak
Gepokt en gemazeld in de praktijk van zijn vak.

Hij zoekt algemene oplossingen voor het kwaad
Die heeft hij gevonden in het celibaat
Het is niet nodig in de tijdgeest te wroeten
Wie goed is heeft altijd warme voeten.

 

1 Godfried Bomans :Enige richtlijnenvoor bisschoppen &andere verhalen. Uitg. De Boekerij, Amsterdam 1987

2  Henk van Benthem: De oorspronkelijke teksten en melodieën van alle bekende traditionele Sinterterklaasliederen. Uitg.   Acco,Amersfoort,1991

3 Tekst uit ‘Ons vroom en vroolijk Kempenland’ van Jozef Simons (1925)l