Het lied der dwaze bijen

 

Het lied der dwaze bijen van Nijhoff gaat over een zwerm bijen, die onder de druk van een hogere macht worden weggelokt van huis en haard om daarna te worden meegesleept in een roekeloos avontuur dat eindigt met een koude dood. Zo begint de analyse van Nijhofs beroemde gedicht door Alle Pieron. Op deze website wordt door hem aandacht besteed aan enkele onderdelen die zijn ontleend aan zijn boek: ‘Filosofie van de kunst’. Het artikel opent met de eerste indruk om te vervolgen met de bespreking van de strofes en wordt afgerond met de waardering.

                                                  p.s.

HET LIED DER DWAZE BIJEN

Een geur van hoger honing
verbitterde de bloemen,
een geur van hoger honing
verdreef ons uit de woning.

Die geur en een zacht zoemen
in het azuur bevrozen,
die geur en een zacht zoemen
een steeds herhaald niet-noemen,

ried ons, ach roekelozen,
de tuinen op te geven
riep ons, ach roekelozen,
naar raadselige rozen.

Ver van ons volk en leven
zijn wij naar avonturen
ver van ons volk en leven
jubelend voortgedreven.

Niemand kan van nature
zijn hartstocht onderbreken,
niemand kan van nature
in lijve de dood verduren.

Steeds heviger bezweken,
steeds helderder doorschenen,
steeds heviger bezweken
naar het ontwijkend teken,

stegen wij en verdwenen,
ontvoerd, ontlijfd, ontzworven,
stegen wij en verdwenen
als glinsteringen henen. –

Het sneeuwt, wij zijn gestorven,
huiswaarts omlaag gedwereld,
het sneeuwt, wij zijn gestorven,
het sneeuwt tussen de korven.