De vijfde strofe

INHOUD

 

1

In deze strofe een terzijde met een verantwoording en rechtvaardiging van het gedrag van de groep in de vorm van een spreuk: hartstocht kan je nu eenmaal niet onderbreken, je kunt nu eenmaal niet verdragen dat je dood gaat.

2

Hartstochta slaat op heftige, vaak zinnelijke liefde, je wordt erdoor meegevoerd, je ondergaat haar en kan er sterk onder lijden. Met dit woord wordt dus de emotionele toestand van de groep avonturiers goed weergegeven. Hartstocht staat vaak tegenover het VGO/GV: de beperktheid van het nuchtere, eentonige leven van alledag wordt op gepassioneerde en avontuurlijke wijze doorbroken. Vrijheid en opwinding wachten.

Deze regels kunnen ook op heel andere manier worden gelezen. Niemand kan van nature zijn lichamelijke hartstocht onderbreken, dus moet het maar op een onnatuurlijke: door er zich van los te maken.b

3

Van nature is binnen filosofie en wetenschap een zwaar beladen term. De plaats in het gedicht maakt bovendien dat het beroep op de natuur voor de narrator zwaar weegt. Toch zegt het weinig als iemand beweert dat hartstocht van nature niet kan worden afgebroken: het ligt immers in de aard van passie dat ze je meesleept. Maar je bent nu wel op goede gronden verontschuldigd voor je gedrag. Belangwekkender is het gebruik van het begrip in 19. In de natuur hoort de dood vanzelfsprekend bij het bestaan, zoals voor bijvoorbeeld de darren in een bijengemeenschap. Nu beweert het gedicht het tegendeel: niemand kan de dood van nature verdragen (‘ verduren’). Met niemand moet dan wel de mens zijn bedoeld, die zich van nature van de dingen bewust is, erover kan nadenken en de dood tot een probleem maakt. Voor dieren bestaat dit probleem niet.c

4

Met de laatste regel van deze strofe krijgt het vers plotseling een zwaar wijsgerige lading: de dieper liggende beweegreden van de tocht is een antwoord te krijgen op de vraag naar de zin van de dood. Men kan de dood in het lichaam (‘in lijve’) niet verdragen. Maar in de geest of ziel dan wel? Blijkbaar wordt verondersteld dat de ziel onsterfelijk is. De tocht is dan bedoeld om haar te koesteren of te bevrijden. Regel 20 kan aanvullend nog anders worden uitgelegd: aan den lijve ervaart men de dood bij ziekte, zwakte en vooral ouderdom. Men kan dit proces maar niet laten voortwoekeren in de tijd (‘verduren’). d

Het ‘in lijve’ heeft bijzonder veel nadruk door de uitzonderlijke ij-klank en door zijn afwijking van het metrische patroon. De klankassociatie met ‘in leven’ is trouwens opvallend!

5

De toon van deze strofe is belerend en apodictisch: het tweemaal ‘niemand’, het tweemaal ‘van nature’!. En juist door deze toon overtuigt ze niet: met een paar dooddoeners en halfvage wijs- heden wordt geprobeerd het gedrag van de groep goed te praten, terwijl de lezer al lang in de gaten heeft dat er iets behoorlijk mis is.


NOTEN

a ‘Hartstocht’ heeft hier natuurlijk ook de letterlijke betekenis: hartstocht.
b Dit zou voor de darren kunnen gelden. Deze hebben sex als hartstocht. De uitleg wordt dan platonisch: ook hier de eis je los te maken van je begeerte.
c in een fabel is het niet ongewoon de dierenwereld even te verlaten om een moraal in te voegen die alleen op de mens van toepas- sing is.
d In de godsdienstwetenschap wordt een onderscheid gemaakt tussen durée, de grijze tijd van het alledaagse bestaan en de temps sacrée, de heilige tijd die zich manifesteert in rite en cultus, maar die ook plotseling kan binnendringen als’kratofanie’.

Geef een reactie