De zesde en zevende strofe

INHOUD

 

1

In de zesde strofe voltrekt zich inhoudelijk een omslag: de tocht verloopt niet zoals verwacht, en wordt moeizamer en moeizamer terwijl het doel niet dichterbij komt. Weg de jubel.

De voortdurende verharding van het avontuur wordt onderstreept door een anafoor (het driemaal ‘steeds’) en door de drievoudige vergelijkende trap.
De teleurstelling en verwarring bij de groep worden versterkt door de afwijkende structuur van de strofe: het metrum is eigen- zinnig, de syntaxis geeft grote problemen, de lezing wordt vertraagd.

2

Het steeds verwijst op ironische manier terug naar het ‘herhaalde niet-noemen’ (8): het ver- sluierende hiervan wreekt zich nu, vooral als men bedenkt dat het teken blijft (ont)wijken. Ironisch is ook dat de groep op weg is naar een teken en niet naar dat wat het teken representeert: de tocht is zonder uitzicht.

Het ontwijkende karakter van het teken wordt benadrukt door de ij-klank in deze geünificeerde strofe vol ee-klanken. In ieder van de twee strofen, die metrisch het meest afwijken (11 en VI), komt een regel voor met het uitzonderlijke metrum R2: ‘in het azuur bevrozen’ (6) en ‘naar het ontwijkend teken’ (24). De samenhang tussen beide regels is duidelijk, maar de inhoudelijke vaagheid van de boodschap wordt er alleen maar door bevestigd.

3

Wat is het teken? De zon? De maan? Een planeet? Een ster? Een sterrenbeeld? Bezit het vage vormen als die van ijsbloemen? Is het een hallucinerend visioen van licht, kleur, geluid of van de roos als symbool van spiritueel leven, geluk en liefde? Niemand zal het ooit zeker weten, het blijft het geheim van de bijen.

4

De verre, koude tocht voert omhooga naar het licht en maakt de bijen steeds transparanter totdat zij zelfs hun lichaam verliezen: zij zijn geheel vergeestelijkt, worden meegevoerd en ver-dwijnen als lichtpuntjes (‘glinsteringen). Zijn zij sneeuwvlokjes geworden? IJsbloemen, ijskristallen? Sterren? In ieder geval zijn zij tot rust gekomen: aan het zwerven is een einde gekomen, de vervoering is voorbij.b

Ontlijfd verwijst naar zijn tegenpool ‘ontzield’ en kan worden vergeleken met een woord als ‘onthoofd’: ontdaan van het lichaam blijft alleen de ziel nog over. Een platonische visie (‘sooma sèma’)c, die wordt bevestigd door regel 20 (het ‘in lijve’) en indirect door regel 4: de bijen worden verdreven uit hun woning. Ontvoerd heeft dus twee betekenissen: de bijen worden tegen hun wil meegenomen en zij zijn ontnuchterd. Het negatieve ‘ont-‘ geeft de strofe een pessimistische ondertoon, zelfs het ontzworven suggereert dat de rust als een anticlimax wordt ervaren.

5

De bijen verdwenen, maar waar naar toe? Bereikten zij toch hun doel of gingen zij op in het niets? De toon van deze strofe doet het ergste vrezen.


NOTEN

a De tocht omhoog is een belangrijk mythisch gegeven: de dood wordt beschouwd als’het bestijgen (van een berg), men komt in de anderewereid door-vaak in extase-langs ladderof regenboog omhoog te gaan. Binnen defilosofie van Plato: deerotische lad-der (- Exc.X1.1.21.4).
b vergelijk de visie van Sartre in La Nausée (- KCF.3.4.3.3n).
c Het lichaam een kerker, waarin de ziel gevangen zit.

Geef een reactie