Exegese

INHOUD

De titel

1

De titel van Nijhoffs gedicht bezit veel gewicht: dit blijkt niet alleen uit het gebruik van zwaar- wegende begrippen, maar ook uit het metrum, dat zoals de analyse aantoont, het gedicht stuurt.

2

Het gedicht wordt een lied genoemd. Een lied vormt oorspronkelijk een eenheid van tekst en melodie, het kan worden gezongen. Naar zijn vorm bezit het een strenge opbouw naar strofen, metrum en rijm, naar zijn inhoud geeft het persoonlijke en gemeenschappelijke gevoelens op een directe, ongecompliceerde manier weer. Denk aan volksliedjes en popsongsa. Ook als literair (‘lyrisch’) genre geeft het lied uitdrukking aan fundamentele gevoelens, aan stem- mingen en emoties, dit gekoppeld aan mijmering en (zeldbezinning, samengebald in een auto- noom, kunstzinnig beeld van de wereld.

3

Het leven van bijen intrigeert mensen al lang, ook binnen de literatuur. Het wordt daar ais vergelijkingsmateriaal gebruikt: de menselijke manier van bestaan wordt ontleed en beoordeeld aan de hand van het gedrag van bijen in hun korf (Vergilius, Shakespeare).

Het leven in een bijenkorf heeft een vast patroon. Een oermoeder (‘de koningin’) legt voortdurend en over een lange periode eitjes, een kleine groep bevruchters (‘de darren’) houdt zich gereed voor de paring met de ‘kroonprinses’, het vrouwtje dat eens de oermoeder zal opvolgen. De grote massa treedt op als werkvolk. Deze werkbijen veranderen in de loop van de vijf/zes weken van hun bestaan voortdurend van rol: zij maken eerst de raten schoon, verzorgen en voeden de maden, dan bouwen ze raten, dienen als wachters, regelen de ventilatie en tenslotte vliegen zij uit om stuifmeel en nectar te verzamelen. En dit alles met volle inzet. Wordt de ruimte voor de zwerm in de korf te klein, dan vliegt de koningin met haar volk uit op zoek naar een nieuw onderdak (b.v. in een holle boom). De achtergeblevenen vormen rondom een van de kroonprinsessen opnieuw een gemeenschap. De nieuwe koningin vliegt uit, lokt de darren met de geur die zij verspreidt en laat zich tijdens de ‘bruiloftstocht’ hoog in het zonnelicht door hen bevruchten. Na de paringsdans worden de darren aan hun lot overgelaten, verstoten en soms zelfs gedood.

Positief is het beeld van de bijenkolonie ais nijvere, perfect georganiseerde gemeenschap, waarbinnen iedereen zijn plaats kent en in dienst van de vorst(in) meewerkt aan het heil van het geheel. Ook kan het gedrag van bijen verwijzen naar een natuurlijk, onbewust leven, waarin alle leden opgaan in een organisch bestaanb.

De overeenkomsten tussen mens en bij kunnen ook als weerzinwekkend worden afgeschilderd: persoonlijke vrijheid wordt ontkend. Individuen worden gezien als deeltjes binnen een hiërarchisch geheel, hun leven ligt geheel vast en wordt gestuurd door onafwendbare, sociaal-biologische wetten.

4

Dwaasheid is, evenals wijsheid, een zwaarbeladen begrip. In de Oud Testamentische boeken Spreuken en Prediker wordt zij omschreven in termen die nog steeds door het gros van de mensen als vanzelfsprekend worden geacht. Iemand is dwaas indien hij ondoordacht handelt, zich impulsief en ongedisciplineerd gedraagt, zich passief opstelt en van de rechte weg afwijkt. Dwaasheid staat voor wanorde en afbraak, dwaas gedrag verwijst naar duisternis en ondergangc. Een prima afbakening: het begrip word uit de sfeer gehaald van zonde en gekheid. Dwaas ben je als je ingaat tegen VGO/GV, wijs als je je aan haar inzichten houdt. Voor een bijengemeenschap een vanzelfsprekende definitie.


NOTEN

a Gedurende de Romantiek krijgt het lied eerherstel (Schubert, Loewe,Wol@ en wordt de band van de poëzie met de muziek hersteld Deze was in het verleden verwaarloosd.

b Shakespeare stelt in King Henry Vdat de indeling binnen de staat naar rol en functie door de hemel is gegeven en daarmee ook 1   de plichttot gehoorzaamheid:’For so work the honey bees’. Van nature zijn mensen evenals de bijen gebonden aan regels, de vorst en zijn hofhouding zijn het centrum, waaromheen het hele bezigeen vlijtige bestaan zich afspeelt. Ook in de’Georgica’van Vergiiius fungeert het bijenvolk als (voor)beeld van de eensgezinde groep met koning als de held die regeert en toezicht houdt. Zonder hem zullen rampen komen. Bij Vergilius bovendien de verwondering over het intuïtieve en onbewuste gedrag van de bijen, dat hij toe- schrijft aan een goddelijk fiuïdurn.

c In de Helleense traditie wordt dwaasheid gekoppeld aan het woord’hubris’, dat wanorde en overmoed betekent. ‘Ken jezelf betekent dat je je grenzen moet kennen (‘medèn agan’!).

Geef een reactie