Ommuurde stad

vergeten kerk


 – Uitzicht van Azza-vluchtelingenkamp op het Betlehem Bijbel  College bij ondergaande zon –

Een sterk krimpende groep,  anderhalf procent van de Palestijnse bevolking ( was 17 procent ) is christen ; een vergeten kerk met diepstekende wortels in het ‘Heilige land’. The Holy Land , in de taal van gidsen, omvat het van bijbelse namen geïmpregneerde land  ten westen van de rivier de Jordaan. Een naam die de eenheid en niet de verdeeldheid van het land van de beide Testamenten benadrukt. Ook de moslims kennen dit land het predikaat ‘heilig’ toe. En hoewel de geloofsgroepen onderling verdeeld zijn, vormen de ‘ heilige plaatsen’ voor alle gidsen en de toeristenindustrie een hoofdmiddel van bestaan.

Politiek gezien wordt met de christenen op de Westelijke Jordaanoever geen rekening gehouden. Niet door Israel, niet door de westerse wereld. Er wordt daarbij geen onderscheid van betekenis gemaakt tussen moslims en christenen; beide vallen onder de verdenking ‘ terrorist ‘ te zijn. Dat is onbillijk  tegenover de moslims als gehele bevolkingsgroep, en niet rechtvaardig tegenover de christenen,  die doorgaans niet aan politiek doen, en als ze al verzet plegen, dat geweldloos doen. Nu is de afwezigheid van dat onderscheid een geluk bij een ongeluk. Stel  dat  christelijke leiders een voorkeursbehandeling bij de militaire controleposten en grensovergang zouden hebben (papieren bezitten waarmee ze kunnen reizen binnen het bezette gebied en ook naar Jeruzalem kunnen gaan), dan liepen zij een groot risico te worden geïdentificeerd met christen-zionisten, die algemeen in de gebieden verdacht zijn omdat ze de nederzettingenpolitiek van Israel steunen. Hun namen komen op zwarte lijsten; hun leven loopt gevaar. Het omgekeerde, militaire passen voor moslims op de checkpoints, maakt deze groep uiteraard niet verdacht.

dubbelheid

Tijdens de Tweede Intifadah, die uitbrak na het bezoek van premier Sharon aan de Tempelberg in september 2000, hebben christenpalestijnen moeten accepteren dat hun huizen en tuinen doelwit waren voor wapenvuur. De jongens van de Tanzim lagen tegen de wil van de christelijke bewoners in hun achtertuinen met kalashnikovs te schieten in de richting van Gilo waarop Israel’s Defence Force (IDF), die huizen een aantal malen doorzeefde met granaten vanuit gevechtshelikopters. Sommige families kampeerden maandenlang in tenten naast hun getroffen kapitale huizen waarin vaak meerdere gezinnen van een familie wonen, en het duurde lang voordat ze ergens weer een eigen plek hadden. Familie en vrienden vingen hen op, of ze woonden maanden lang in tenten. Voor hen geen schadeloosstelling van de Palestijnse instanties en natuurlijk ook geen kijk op schadevergoeding door Israël. Onze Palestijnse vriend Atallah liet ons in die tijd per telefoon meeluisteren als er aanvallen waren; je hoorde schieten en ontploffingen. Ook zond hij faxen. De Hamas, Tanzim, Islamitische Jihad, de Al Aqsa Brigade lieten de christenbevolking  weten dat zij ook maar eens moesten lijden. En het kon in hun ogen geen kwaad wanneer de kranten in het Westen zouden schrijven: “Kijk eens de joden schieten op de christenen.” Maar zulke dingen schreven de kranten niet. En dat Israelische scherpschutters, die zich lagen te vervelen op hun posten tijdens de bezetting van Betlehem, mikten op het kruis van de Geboortekerk op het Kribbeplein bleef ook uit de publiciteit. Je houdt geen lucifer bij een lont die tot een ontploffing kan leiden. Wel werd geschreven dat de priesters van deze kerk aan terroristen asiel zouden hebben aangeboden. Daar werd schande van gesproken. Vooral de christenzionisten elders in de wereld waren verontwaardigd. Zo kwamen de christenen in Betlehem nog meer onder verdenking te staan. Het asielrecht dat kerken geven aan vluchtelingen is een oud recht waar iedereen een beroep op kan doen. Dat hierbij de vuurmond van een Aka 47 pistool op de priesterlijke borst werd gericht, is een veronderstelling die niet elke grond mist. 

Ik las in mijn christelijk betrokken ochtendkrant dat wie een glas water geeft aan de vijand van zijn vriend daarmee zijn vriend verraadt. Als men voor vriend Israel substitueert dan weet je wie in dit verband de vijand is. Hoe zinvol is  zo’n door zorg ingegeven uitspraak ? Wordt in de bijbel niet juist een oproep gedaan om je vijanden lief te hebben? Afgezien nog van de vervuiling van het begrip verraad door zo’n moreel getinte uitspraak: van wie moeten de christenpalestijnen anders hulp verwachten dan van medechristenen? Een zelfde soort dubbelheid op een heel ander terrein vertoont menige christelijke charitatieve organisatie. Men richt zich op de joden in Israël of op de moslims in de bezette gebieden. Zo kan het makkelijk gebeuren dat een moslim en een christen om dezelfde soort bijstand aankloppen en de organisatie de moslim helpt en de christen niet. Dat veroorzaakt bitterheid onder de christenen van Betlehem en elders in het gebied. Toen een pastor uit de  Betlehemregio een echtpaar dat hij in zijn jeugd had gekend in de omgeving van zijn geboorteplaats in het noorden vlak onder Jenin bezocht, ontdekte hij dat de plaatselijke kerk niet bij machte was om voor deze bejaarde gemeenteleden te zorgen. Een moslimbuurman verzorgde hen. Haalde de man en de vrouw uit bed, zette ze op een stoel en bracht eten. Atallah was geschokt en wilde weten wat hij voor ze kon doen. “Je komt te laat,” zei de man.“Wij zijn moslims geworden.”    

 De acht meter hoge muur om Betlehem -bijna voltooid-  2005 

solidariteit

Om enkele cijfers nog maar eens te noemen: in Betlehem was in 1948 82 procent van de bevolking christen. Vandaag is dat 18 procent. En het aantal christelijke families, die generaties lang  -sommige zeggen terug te gaan op de kruisvaarders en daarvoor-  Betlehamiet zijn en nog stand houden, smelt rap verder weg tot in hun visie Betlehem wordt prijs gegeven en de ster boven de stal zal doven in de herinnering van de mensheid. "Dan zal de Geboortekerk museum zijn, de levende stenen zullen niet meer aanwezig zijn.” De hoge muur die door de regering Sharon om Betlehem is opgetrokken verergert het neerdrukkende gevoel van gevangen zitten afgesloten van de buitenwereld. Een lokale kunstenaar met een onwaarschijnlijk fijne penseelvoering verbeeldde de vlucht van Maria en het kindje op de ezel naar Egypte. Jozef  stuurt het dier langs de tronken, bladeren, takken en twijgen van massaal door bulldozers ontwortelde olijfbomen buiten de muur. Als was de tijd zelf geveld; deze bomen worden honderden jaren oud. Ik vraag de kunstenaar: “Hoe wist de familie Betlehem uit te komen?” De vraag verrast hem en hij is even stil. Maar zijn vriend zegt meteen: “Door te zwaaien met hun Amerikaanse paspoorten.”

De solidariteit van een christenpalestijn met zijn nationale gemeenschap verschilt in principe niet met het saamhorigheidsgevoel daarmee van zijn moslimbuurman. Beide willen als natie samenleven. Onlangs verwoordde de directeur van het Bethlehem Bible College, Bishara Awad wiens familie in 1948 ontheemd raakte, onverbloemd de beleving van zijn volk tijdens een oecumenische kerkconferentie in Engeland als volgt: “We waren hongerige tot armoede vervallen schapen toen de Ottomaanse kolonisatie eindigde, maar we waren tenminste geborgen op onze landerijen totdat het Britse Mandaat kwam, en met zich meebracht – tegen onze wil – een diep verwond volk dat mettertijd sterk werd en zich met geweld keerde tegen ons volk, ons land, onze cultuur en onze kerk. En,” richtte hij zich tot de aanwezige kerkleiders, “laat het duidelijk zijn: onze primaire behoefte is noch uw sympathie of uw liefdadigheid; onze vraag aan u is: Hoe kunnen de Palestijnen een onafhankelijke staat vestigen op minder dan 15 procent onzinnig gefragmenteerd grondgebied van wat eens ons historische thuisland was?”  Of lees de wanhoopskreet, die tegelijk aanklacht is, tegen de dubbele moraal van Israël en het Westen. Ik citeer uit een mail van een christenpalestijnse jeugdleider, enkele weken na de verkiezingsoverwinning van de Hamas, die regelmatig met Israelische en Palestijnse tieners kampeert zodat zij de kans krijgen elkaar te leren kennen en te ondervinden dat zij in vrede met elkaar kunnen leven:


– Vroeg licht boven het vluchtelingenkamp Azza van uit het keukenraam van het Bethlehem Bible College –  

“Waarom bleef het Westen de oude regering van Fatah steunen met geld. Het wist dat de leden van die regering corrupt waren, dat het dieven zijn. En waarom verplicht het Westen Israël als bezettende macht niet om zijn verantwoordelijkheid te nemen tegenover de Palestijnen? Onze scholen, ziekenhuizen, bestuursapparaten en diensten behoren te worden gefinancierd door Israël. Droevig om vast te stellen dat Israël  geld vasthoudt dat wij in allerlei vormen van belastingen aan de staat betalen. Wat er nu politiek gebeurt, na de democratisch gehouden verkiezingen, geeft me slapeloze nachten en maakt me zeer bezorgd over wat er kan gebeuren op korte termijn. Als mensen geen geld hebben, hongerig zijn en gefrustreerd, kan het gevaarlijk worden. Wat is dat voor democratie in het Westen? Wij hebben in uw ogen de verkeerde mensen gekozen. En nu zegt het Westen:’ oh nee, ze mogen toch geen democratie hebben. We moeten alle ambtenaren in de regering en het hele Palestijnse volk straffen door de geldkraan dicht te draaien.’ Democratisch?" " En wat voor democratie is dat, die ons met dwang wil opleggen dat de bezette Palestijnen de bezetter Israël moeten erkennen en tegelijk goed moeten vinden dat Israël de controle houdt over de gebieden, en niet het bestaansrecht van het Palestijnse volk hoeft te erkennen en hun rechten op het land. Alles wat wij willen is kunnen werken voor brood op de plank, door educatie onze talenten tonen. Vrijheid om ons te verplaatsen en geen bezetting. Alsjeblieft straf ons niet omdat  u terugdeinst om de waarheid te spreken en op te komen voor rechtvaardigheid." 

De diepe frustratie van christenpalestijnen lijkt weliswaar op die van moslims, maar valt er niet mee samen. Keuzes,  zelfkritiek, samenwerking,  vrede met Israel worden, is de ervaring, steeds gefnuikt door de dubbelhartigheid en gewelddadigheid van de politiek.  Alles wat bloeit wordt er door vertrapt. De uitkomst  van nuchter en positief denken crasht keer op keer. De christenpalestijnen hebben er geen antwoord op gevonden. Ze laten formeel weten dat het ‘de schuld is van Israel’. Voorlopig is dat het minst confronterend.  Ze blijven zitten met een wrang en tegenstrijdig gevoel. Ze weten dat in een samenleving, die totaal gespleten is, toekomstgericht denken niet kan floreren. In de vluchtelingenkampen staan de bewoners met  hun rug naar de toekomst. Het bestaansrecht daar wordt gesymboliseerd door de sleutel van het huis, dat werd achtergelaten toen men vluchtte, in het oog lopend te etaleren. Op elk ingelijst borduurwerk aan de wand vind je als vignet een sleutel. De handtekening die het contract met het verleden legaliseert. Op de landkaart  aan de muur staat het woord Palestina in rood geschreven. De naam Israel staat nergens op die kaart. De gedachte aan terugkeer naar het grondgebied dat Israel heet beheerst het leven. Het bezit van een eigen staat, die de democratische staatsvorm bezit zonder recht op terugkeer, kan hier geen voet aan de grond krijgen.    

democratie

Voor de ouderen zijn de intellectuelen uit de zeventiger en tachtiger jaren, die voor maatschappelijke en politieke hervormingen in de Arabische wereld streden, het voorbeeld geweest. Zij gingen voor democratie. De PLO was daarvan op een goed moment de exponent. Zij  vulde een tijdlang het vacuüm na de dood van de Egyptische president Nasser, die met revolutionair elan in de zestiger jaren ging voor vrijheid en gerechtigheid, tot na de zesdaagse oorlog van ’67 toen de conservatieve machten in de Arabische wereld weer de overhand kregen. De PLO schurkte na enige tijd aan  tegen de behoudende en corrupte Arabische regimes.’ Misschien,’ schreef de Neue Züricher kort geleden in een analyse onder de kop De Palestijnen in de val was zij vergiftigd door bevoordeelde en naar voren tredende Islamisten. Het sentiment keerde zich tegen Israel en het Westen. En het verlies van een groot aantal uitnemende intellectuelen en leiders verzwakte de PLO verder. In plaats van vrede en welstand na de Oslo Akkoorden verarmde de bevolking verder door de corruptie van Arafats Al Fatah. Na twaalf jaar was er nog steeds geen vrede. Nog geen verbetering in het dagelijks bestaan. De bevolking was het zat. Murw gemaakt door ontberingen, sceptisch onder niet nagekomen beloften, zonder toekomstperspectief, wendde het volk zich tot  de Islamitische Hamas, aangestuurd door Hezbollah in Damascus, de ‘Partij van God’ , die spiritueel vanuit Iran wordt geleid. Van Hamas verwachtte het bevrijding van armoede, corruptie en bezetting. Het reactionaire en extreme karakter van Hamas bedreigt nu de huidige democraten onder de Palestijnen. De vrouwen vooral vrezen dat alles wat ze hebben bevochten hen weer wordt afgenomen. Wat inderdaad hebben de westerse democratieën het Palestijnse volk gebracht? Zelfs de eenvoudige Palestijnen die van de Hamas uitkomst verwachten leven intussen in angst en zorg; zij vrezen dat zij met het verliezen van de sympathie van de internationale gemeenschap ook de ondersteuning moeten ontberen die hun overlevingskans verzekert.

De christenen als minderheidsgroep – bedacht op handhaving van het wankele evenwicht tussen de bestaande groeperingen en niet zo geneigd kritische vragen te stellen om zichzelf niet in gevaar te brengen – merken dat de bestaande status quo wordt bedreigd. Moslimgeestelijken in Qalqilya eisten de sluiting van de YMCA (Christian Young Men Association) vanwege de ‘c’ in de naam.  In de Gazastrook werd de enige christelijke boekhandel in brand gestoken. De relatie tussen moslims en christenen komt onder druk te staan door propaganda en verdachtmakingen. De vraag is of christenpalestijnen de lastige vragen die samenhangen met de grijstonen van de complexe werkelijkheid nog langer uit de weg kunnen gaan. Een docent van het Bethlehem Bible College stelt: "Een zwart-wit visie op de wereld is aantrekkelijk; je hoeft alleen maar te zorgen dat je aan de ‘goede kant’  zit. Maar dit conflict is niet simpel. Ondanks onze angsten hebben we de verplichting  moeilijke vragen onder ogen te zien, ook al kan dat betekenen dat we een ethisch standpunt moeten innemen dat wordt gezien als verraad aan onze nationale gemeenschap."

schuldvraag

Een schuldvraag beantwoorden brengt een vruchtbare aanpak van het conflict niet dichterbij. En wie moet je beschuldigen?  De Palestijnse leiders van weleer met hun naïviteit en corruptie? Of  Israël met zijn starre, weinig tegemoetkomende houding?  Amerika met zijn kortzichtigheid? Het gedub van de Europese Unie? Het conflict van nu heeft niet alleen te maken met land, staat, ideologie en met internationale politiek ; religie speelt een essentiële rol. Voor de gewone man in de straat, de gewone Palestijn, maakt het niet veel uit voor hun dagelijkse omstandigheden. Hun situatie blijft onder druk staan. Zij zullen verder lijden onder  armoede, ontmoediging en bezettingspolitiek. Maar de christenen in Betlehem zien bij dit alles nog een extra pijnpunt.  Zij vinden dat de christenen in het Westen deel zijn geworden van het probleem. "Die staan vierkant achter Israel en steunen door dik en dun Israels nederzettingenpolitiek." Een Betlehemse verwoordde het dilemma in een bittergrappige verzuchting: "Gelukkig waren er geen christenen in de buurt toen Esau en Jacob zich met elkaar verzoenden."

Geef een reactie