door Ike Cialona

Naar jouw gewijde kusten keer ik nooit,
Zakynthos, dat mij bakermat mocht wezen,
weerspiegeld in het water waaruit ooit
de maagdelijke Venus is verrezen

godin wier lach die streken heeft getooid
met alle weligheid waarvan wij lezen
in het gedicht waar, her en der verstrooid,
je wolkenlucht, je lover wordt geprezen

door wie de zwerftocht heeft beschreven van
Odysseus die, tot ballingschap gedwongen,
verzwierf tot hij zijn rotsig eiland kuste.

Weet, moederland, dat ik niets geven kan
dan woorden waarmee ik je heb bezongen:
het noodlot dwingt mij ver van jou te rusten.

                                                                      
Ugo Foscolo

uit: ‘Het Italiaanse sonnet door de eeuwen heen’, Liberia Bonardi, Amsterdam 2002